Thema's
Open

Autobusna stacia Mostar

Picture of Matthijs
Road of broken hearts door Matthijs van Maltha 22 Juli 2016

Op de oostoever van de Neretva ligt het belangrijkste busstation van Mostar. Het is een betonnen complex, gelegen naast het treinstation, een nog groter betonnen complex. Het ligt in het verlengde van de straat die over de Carinski Most loopt, en voor het gebouw is een plantsoentje dat het midden houdt tussen een vertrapt grasveld en een vuilnisbelt. Het lichtgrijze beton van de bebouwen ademt de vergane glorie van de jaren zestig, toen de Joegoslavische regering de in de 19e eeuw door de Oostenrijkers aangelegde spoorlijn door het Neretva-dal liet moderniseren. Tot die tijd had het station aan de westkant van de rivier gelegen.

Dat het treinstation zoveel groter is dan het busstation is is vandaag de dag opvallend, want volgens de dienstregeling stoppen maar vier treinen per dag. Twee van Sarajevo naar Čapljina, en twee die de omgekeerde weg afleggen. Vroeger reden de treinen door tot in Kroatië, maar sedert enkele jaren doen ze dat niet meer. Het onbeduidende provinciestadje Čapljina is nu het eindpunt van de treinen uit de hoofdstad. Als ze al rijden. Want hoewel er in de dienstregeling dagelijks vier treinen staan aangekondigd hebben die in geen maanden gereden. Wanneer de dienst weer hervat zal worden is bij niemand bekend. Het zou volgende maand kunnen zijn, het zou kunnen dat er volgend jaar nog altijd geen trein komt.

Met dat gegeven in het achterhoofd is de drukte op het busstation beter te begrijpen. Het wemelt er van de mensen en bussen rijden er af en aan. De bus is geen comfortabel vervoermiddel, maar ze rijden regelmatig en naar veel verschillende bestemmingen. Bij gebrek aan een eigen auto of aan de moed zelf als bestuurder deel te nemen aan het Bosnische verkeer is de bus het enige alternatief.

Voor bestemmingen in Kroatië zal er elders een kaartje moeten worden gekocht

Langs een overkapping liggen de perrons voor de bussen. Een Mercedes-minibusje is er net bezig een paar reizigers in te laden. Het voertuig is donkerrood met op de achterkant een paar kleurrijke stickers. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat het busje zijn hele bestaan als lijnbus dienst heeft gedaan. Waar het heen gaat is me niet duidelijk, maar een bordje met Cyrillische letters achter de voorruit doet vermoeden dat men op de eindbestemming Servisch spreekt.

Aan de achterkant van de overkapping zijn een paar cafeetjes en een grote wachtruimte, waar men van achter een loket ook buskaartjes verkoopt. Maar getuige de bestemmingen die er op de gevel staan aangegeven worden er slechts plaatsbewijzen voor binnenlandse bussen verkocht. Voor bestemmingen in Kroatië zal er elders een kaartje moeten worden gekocht.

Na nog enkele cafeetjes en tijdschriftenhandelaren te zijn gepasseerd blijkt er in het uiterste hoekje van het busstation een reisbureau te zijn, waar op de ruit een Croatia-Bus logo prijkt. Als er ergens kaartjes naar Split verkocht worden zal het hier moeten zijn. Na het open duwen van de deur openbaart zich een kleine, donkere ruimte waar de wanden met hout betimmerd zijn. Achter een balie zit een vrouw met zwart haar. Ze draagt een dikke laag make-up, die iedere onregelmatigheid in haar huid verbergt en haar gezicht een egaal aanzien verschaft. Ondanks dat het in de ruimte niet koud is draagt ze een zwarte imitatie-bontjas, die tot bovenaan is dichtgeknoopt. Even kijkt ze op, als ik binnenkom. Ze neemt nog een trekje van haar sigaret, die de hele ruimte met rook vult, en legt hem vervolgens in de zwarte asbak die naast haar achter de balie staat.

Omgerekend kost het kaartje 15 euro

Ze spreekt tot mijn geluk goed Engels, wat het kopen van buskaartjes voor een bus die morgenochtend naar Split zal gaan sterk vergemakkelijkt. De vraag lijkt ze in ieder geval direct te begrijpen. Uit een laatje pakt ze een paar nog in te vullen buskaartjes, en begint daarop de gegevens van mijn identiteitskaart over te schrijven. Ondertussen neemt ze af een toe een trekje van haar sigaret.

Ik kijk de ruimte rond. Aan de muren hangen er gekleurde platen van mogelijke bestemmingen, zonder dat daarbij staat welke dat precies zijn. Het zijn platen van blauwe kusten en groene berglandschappen. Steeds onder een strakblauwe hemel, die contrasteert met de lichtgrijze lucht zoals die boven het busstation hangt. Achter me hangt een grote zwart-witfoto van een bus op een bergweggetje. Voor de bus poseert een groepje lachende mannen. Ze dragen geen jassen en hebben hun mouwen opgestroopt. Op het dak van de bus is bagage te zien, die met touwen is vastgezet.

Ondertussen is de vrouw klaar met het beschrijven van het kaartje. Ze scheurt het bovenste strookje, wat ze zelf heeft ingevuld, af en bergt het in haar administratie op. Door middel van een carbonpapiertje is de tekst die ze invulde ook op het onderliggende kaartje overgenomen, en dat gedeelte overhandigt ze me. Ze noemt een bedrag in marken, en ik vraag haar of ik het ook in Kuna’s kan betalen. Dat kan. Omgerekend kost het kaartje 15 euro, wat niet slecht is voor een busrit van viereneenhalf uur.

Na het kaartje betaald te hebben neem ik afscheid van de vrouw, en duw de deur naar buiten open. Op de drempel blijf ik even staan, en neem een hap frisse lucht. Ik ben blij de rokerige atmosfeer van het reisbureautje achter me te kunnen laten. In het busstation staat weer nieuwe bussen, ditmaal naar Sarajevo en naar Tuzla. Morgenochtend zal er hier vanaf perron drie een bus naar Split gaan.

Autobusna stacia Mostar
Terug naar het overzicht