Thema's
Open

Bankjes

Picture of Matthijs
Reportage door Matthijs van Maltha 28 Oktober 2014

Het Spui op dinsdag, aan het einde van de morgen. Tram vijf rijdt langs. Het gepiep van wielen in de bocht klinkt over het plein. Een man zit op een bankje. Zijn haar is grijs. Hij draagt een vaalblauw colbert en een brilletje. Hij leest een krant. De Morgen. Het enige woord wat ik van de voorpagina kan ontcijferen is ‘Radeloos’. Naast hem ligt nog een krant. De Standaard. Een Vlaming, vermoed ik. Soms graait hij met zijn hand in de zak van het vaalblauwe colbertje. Dan vindt hij niets, en leest hij weer door.

Een vrouw passeert het bankje. Plotseling staat ze stil, en poseert ze triomfantelijk met een papieren zak in haar hand. Een man met een Samsung-smartphone begint er enthousiast foto’s van te maken. Dan gaat hij samen met de vrouw op een bankje zitten. Samen praten ze Frans. Ze eten brood uit de papieren zak waar de vrouw net nog triomfantelijk mee poseerde. Het zijn kale, bruine hompen brood. De vrouw eet ook een tomaat, die ze uit een lichtblauwe plastic broodtrommel haalt.

Een groep toeristen loopt op het Lieverdje af. Ze lopen in grote, doelgerichte passen. Als ze bij het beeld staan werpen ze er een korte blik op. Dan de hoofden weer naar beneden. Alsof het niets was lopen ze door. Met doelgerichte passen gaan ze verder.

Twee Aziaten gaan op een bankje zitten. Ze eten patat uit puntzakken en praten Duits tegen elkaar. Een van de twee kijkt naar rechts. Hij probeert op te staan. Uiteindelijk staat hij toch niet op. De ander staat op. Hij loopt naar een vuilnisbak, kijkt er even naar, en gooit dan zijn lege patatzak er in. Hij draait zich om en loopt weer terug naar het bankje.

Tegen de sokkel van het Lieverdje staat een vrouw. Ze lijkt te poseren voor een onzichtbare fotograaf. Subtiel wisselt ze de stand van haar voeten. Ze wordt gebeld. Uit haar zak graait ze haar telefoon, en begint met de telefoon tegen haar oor rondjes over het plein te lopen. Even later leunt ze weer tegen de sokkel.

Ze lijkt te poseren voor een onzichtbare fotograaf.

Onder mijn bankje zit een kat. Een lapjeskat, zij het dat hij aan de andere kant bijna geheel wit is. Hij sluipt naar een ander bankje. Snuffelend loopt hij rond de poten. Hij loopt wat heen en weer onder het bankje. In de buurt van het bankje zit een duif. De kat sluipt bedachtzaam naar de rand van het bankje en neemt een aanvalspositie aan. De duif loopt een klein stukje door, een afstand van maximaal vijfendertig centimeter. De kat verliest zijn interesse en sluipt door tot onder het volgende bankje. Weer ziet hij de duif. Hij herneemt zijn aanvalspositie en wacht geduldig af. Plotseling een uitval. Een zinloze uitval, de duif fladdert weg. De kat sluipt weer weg naar een nieuwe schuilplaats onder het bankje waarop de man in het vaalblauwe colbert zijn kranten leest. De Morgen heeft hij inmiddels weggelegd, inmiddels leest hij De Standaard.

Drie vrouwen lopen over het plein. Ze dragen duur uitziende lange winterjassen met bontkragen. Ik denk dat ze Russisch zijn, hoewel ik daar geen duidelijk bewijs voor zie. Dat ze toeristen zijn lijkt me zeker. Het lijkt alsof de drie vrouwen steeds in leeftijd toenemen. Het zouden een oma, dochter en kleindochter kunnen zijn. Even kijken ze in het voorbijgaan naar het Lieverdje, daarna lopen ze weer onverminderd snel door.

Een jongen komt aangefietst. Hij heeft bruin haar en een baardje. Hij fietst op een roze fiets, met aan het stuur een tasje. In een oor luistert hij naar muziek. Zacht zingt hij mee. “I’m taking a look around” Hij probeert de fiets tegen een paal aan te zetten. Het kost hem een paar pogingen de fiets stevig tegen de paal aan te zetten. Als het hem is gelukt maakt hij de fiets vast met een kettingslot en wandelt hij op een bankje af. De jongen die er zit kent hem blijkbaar, maar had hem niet herkend. Hij vertelt hem dat hij nog wat bier in zijn tas heeft van de dag ervoor, en vraagt de jongen op het bankje waarom hij er niet bij was geweest.
“In bed. Te bezopen.”
“Je was niet op het fucking feest.”
Hij gaat naast de jongen op het bankje zitten. Ze praten verder over een Michael, die de afgelopen twee jaar behoorlijk is afgevallen.

In zijn rechterhand een wandelstok die ook een blindenstok zou kunnen zijn.

Er wandelt een sigaarrokende man voorbij. Hij draagt een lange grijze jas en een donkere zonnebril. In zijn linkerhand een reclameloos wit plastic tasje. Hij maakt een wat verdwaasde indruk als hij voorbij slentert. In zijn rechterhand een wandelstok die ook een blindenstok zou kunnen zijn. Als hij midden op het plein even stil blijft staan en om zich heen kijkt heeft zijn verschijning ook wel iets zelfverzekerds. De stok is naar alle waarschijnlijkheid dus geen blindenstok.

Een Duitse auto passeert. Achterop een fietsendrager met twee sportfietsen. De man in het vaalblauwe colbert zit nog altijd op het bankje. Hij werpt een blik naar rechts en doet dan een poging om op te staan. De lapjeskat die onder zijn bankje lag, schrikt op en rent weg. De man klemt zijn twee krantjes onder zijn arm. Even kijkt hij het plein rond. Dan begint hij te lopen. Hij steekt de straat over. Even kijkt hij nog terug naar het plein. Dan verdwijnt hij in een steeg.

Bankjes
Terug naar het overzicht