Thema's
Open

Čapljina

Picture of Matthijs
Road of broken hearts door Matthijs van Maltha 29 Juli 2016

In de bus is het 0 °C, voor zover ik de display voorin de bus moet geloven. Het grootste deel van de ochtend heeft de bus over de smalle weg door het Neretva-dal gereden. Een aaneenschakeling van bochten, tunneltjes en monumentjes die door de verschillende religieuze groepen zijn opgericht om de leden ervan die zich ter plaatse te pletter hebben gereden te herdenken. Tussen mijn voeten staat een wit plastic tasje met wat proviand. Graankoeken en een gisteren gekochte appel. De busrit zal nog lang genoeg duren om het nodig te hebben.

Naarmate de rivier dichter bij de Adriatische zee komt begint het dal zich te verbreden tot een vallei. De rotswanden langs de weg veranderen in op enige afstand aanwezige silhouetten. Her en der is landbouw, maar het grootste deel van het land lijkt braak te liggen. Soms staat er ergens een gebouw, vaker zijn het de restanten van iets dat ooit een gebouw is geweest. Uit het witte plastic tasje tussen mijn voeten grijp ik een appel, en neem er een hap van.

In de verte verschijnt het silhouet van een stad. De eerste gebouwen ervan komen langzaam dichterbij. Langs de hoofdweg staan alleen een tankstation en een paar loodsjes. Om in de stad zelf te komen slaan we van de hoofdweg af, en steken we via een betonen brug de rivier over. Die is inmiddels een stuk breder geworden, en lijkt nog maar weinig op het door een kloof stromende bergriviertje waar we het grootste deel van de morgen langs hebben gereden.

De meeste mensen op straat lijken geen duidelijk doel te hebben

Op de andere oever van de rivier rijden we door de werkelijke stad Čapljina. De straten zijn er breed, de gebouwen zonder uitzondering gemaakt van beton. Fraai kan het geheel niet genoemd worden, maar er is hier in ieder geval leven. Er zijn her en der winkels open, en her en der is er een winkelend publiek dat daarvan gebruik maakt. De meeste mensen op straat lijken geen duidelijk doel te hebben. Ze staan of zitten op straat, ondanks dat het vale lentezonnetje daar niet werkelijk tot uit lijkt te nodigen. Er hangt een vreemd soort levendigheid in de stad, eentje waarvoor geen duidelijke oorzaak bestaat. Op de straathoeken graffiti, voornamelijk voor Dynamo Zagreb. De Kroatische grens is niet ver meer.

In 1992 bezocht een Duitse journalist de stad. ‘Wir leben ein Albtraum. Rambo ist Wirklichkeit.’ rapporteerde hij. Op straat mannen die roken of drinken. Hun geweren leunen tegen cafétafeltjes. Incidenteel vechten ze. Ze zullen de Serviërs verdrijven, als ze toch bezig zijn gelijk een deel van Servië innemen. Het streven klinkt weinig realistisch. Twee jongens verdelen wat jointjes. Voor als ze aan het front zijn. Zeventig tot tachtig procent van de mannen zit hier aan de drugs, vertelt een van hen. Wat moeten ze anders.

Vierentwintig jaar later lijkt men in de stad nog altijd te zoeken naar een werkelijk zinvolle tijdsbesteding. De wapens zijn verdwenen, de realiteitszin is niet geheel teruggekomen, zo schijnt het. De bus is inmiddels aangekomen bij het station. De passagiers wordt verzocht de bus te verlaten, en over te stappen in een andere bus voor het tweede gedeelte van de reis. Op de grindvlakte naast het station bestaat de mogelijkheid de benen even te strekken. Ik neem een laatste hap van mijn appel, en gooi het klokhuis ergens weg.

Die heeft er dan ook al maanden niet gereden

Tussen de bussen wordt bagage overgeladen. In de menigte probeert iedereen een glimp op te vangen van zijn eigen tas, om de garantie te hebben dat hij in Kroatië ook nog over zijn eigen bagage zal kunnen beschikken. Ik kijk richting het station. Er is geen trein te zien. Die heeft er dan ook al maanden niet gereden. Wanneer de dienstregeling hervat zal worden weet niemand. Maar tot die tijd vormt de bus de enige verbinding tussen deze stad en de rest van de wereld.

Inmiddels hebben alle passagiers een plaats gevonden in de nieuwe bus, de meesten met de garantie dat ook hun bagage is overgeladen. Ik verzeker me van een plek aan de kant waar straks de Adriatische zee al liggen, in de hoop op uitzichten. De bus rijdt over de grindvlakte naast het station en draait daarvandaan de straat op. Weer gaat het door de stad heen, nog altijd lijken de mensen er geen werkelijk doel te hebben. Weer gaat het over de betonnen brug over de Neretva, die hier nog altijd van de bergen naar de zee stroomt. De bus draait de hoofdweg op, voorbij aan het tankstation. Van hier af aan gaat de weg naar Kroatië.

Čapljina
Terug naar het overzicht