Thema's
Open

De smokkel naar Terschelling

Picture of Ya-Isha
Oerol door Ya-Isha Cham 13 Juni 2018

Daar waar Westers, Meslônzers en Aasters over het eiland klinkt, ligt een verhaal verscholen. Iets zo groot en fabeltastisch dat het eiland er een tijd lang van op haar grondvestte schudde. Het deed wantrouwen oprijzen, wiggen groeien en vrienden vervreemden. In café de Schotse Vier werd een plannetje gesmeed dat achteraf niet op schouders gedragen kon worden. Waar twee mannen al een leven lang vrienden waren, wilden zij hun leven samen in het eiland graferen. Geert en Marco wilden iets moois nalaten voor hun kinderen waar heel het eiland van kon meegenieten. Een eiland dat bij velen een paradijselijk gevoel oproept nóg mooier maken. Als zij nu eens méér leven in de duinen konden brengen die al zoveel geschiedenis met zich meedroegen. Als zij aan die levende duinen ook nog iets van zichzelf konden toevoegen.

Hé wat moet dit nou weer voorstellen. Net stond ik nog lekker wat te eten en nu lig ik als verdoofd in een metalen blik met heel veel hooi en het is helemaal donker. Ik zie niks. Er ligt iets over me heen. Ik wil wel iets doen, maar kan me er niet toe zetten. Er is nergens waar ik heen zou kunnen gaan. Dit is raar, maar ik ben niet in paniek. Mijn hart klopt een beetje sneller, maar verder voel ik me eigenlijk best rustig. De mensen buiten zeggen iets tegen elkaar. Wat hoor ik nou?? Is dat het geronk van een motor? Het blik schommelt en trilt. Heel raar dit. Mijn ogen worden zwaar. Hoe hard ik ook vecht ze open te houden, mijn ogen rollen raar naar achter in mijn hoofd. Ik geef het op.

10 edelen leggen in het geheim een afstand van 140 kilometer af waarvan 40 over het water dat Terschelling van de vreemden scheid. In een gesealde wagen worden ze over het eiland vervoerd. Ergens in een stille opslagruimte staat die wagen te wachten tot de zon onder de horizon is gedaald. Tot kinderen de straat op gaan met oplichtende lampionnen die de mensen voor een tijdje binnenshuis zullen houden.

Oh, het blik begint weer te rijden. Dat vreselijke gehobbel de hele tijd, ik wou dat het over was. Ik wil lopen. Ik ruik de anderen en ik voel de anderen. Er ligt iemand tegen mij aan. Ik ben nu zo blij dat ik niet alleen ben. Iedereen is kalm. De rust ligt als een warme zware deken over mij heen. De stemmen buiten zijn niet rustig. Ze zijn al de hele tijd heftig met elkaar in gesprek. Huh, opeens zijn ze stil en hoor ik de motor niet meer en worden we niet meer heen en weer gewiegd. We staan stil denk ik.

Badweg paal 8. De laatste afslag het bos in vóór de Bessenschuur.

Geert: De boswachter zal nu wel al weg zijn toch? Laten we de klep openmaken.

Marco: Is goed. Dit is het dan vriend. Aan jou de eer, gooi ze er maar uit.

De klep gaat open. Niemand durft als eerst actie te ondernemen.

 Wat is dat nou? Ik zie zand. Allemaal bomen ook. Ik hoor vogels, dat klinkt toch een stuk beter dan die motor. Ik wil er naartoe. Ik ga jullie niet achterlaten, maar iemand moet de eerste zijn.

Heel even lijkt het alsof de wereld stil staat. Alle zenuwen vloeien weg, de zorgen. Het is een magisch moment. Als een vloedgolf zeevonk springen de 10 edelherten de wagen uit. Iets dat zo mooi is dat het de twee vrienden nooit meer los zal laten. Ze zijn ontroerd, want ze weten dat dit iets is dat Terschelling bezig zal houden. Dat een stempel zal drukken. Maar op welke manier en wat de consequenties van dit alles zullen zijn, daar hebben ze nog geen idee van.

De tekst loopt door onder de afbeelding

Ik loop door het bos omringd door mijn roedel. Ik voel me zo goed hier. In de wagen begreep ik er niks van, maar ik ben écht blij dat ik hier nu ben. We zijn zó hecht geworden en blijven altijd bij elkaar in de buurt. Ik ken het bos nog niet zo goed, maar ik zou hier wel willen blijven. Het gras is hier hoog, de schors smaakt lekker en ik heb al best flinke knollen gevonden! Maar die cranberries, oh, die cranberries. Die zijn lekker! Dit soort bessen heb ik nog nooit geproefd. Ja, ik begin echt te wennen. We hebben een paar keer mensen gezien, maar dan vormden we gewoon een kluitje, keken ze aan en gebeurde er niets. Hé weer mensen, kijk, die twee herken ik.

Marco: Geert, schiet op! Ze zitten hier.

Geert: We moeten ze wegjagen voor die jagers ze komen afknallen.

Marco: En dat alles omdat we ons niet aan de regels hebben gehouden.

Geert: Ach, die beesten horen hier gewoon. Gezeik!

Ik snap er helemaal niets van. Er lopen hier jagers met geweren die je niet hoort, maar waar je wel van in slaap valt. Eén van ons is geraakt, maar het is denk ik niet helemaal gegaan zoals de jagers wilden, want de pijl heeft haar been geraakt, maar het lukt haar toch nog weg te rennen. Ik ga er achteraan! De rest volgt ook en als we de jagers kwijt zijn stoppen we. Haar been bloedt en ze zakt door haar hoeven. Ze kan niet meer lopen. Wat kunnen we nu voor haar doen? Ik probeer haar blaadjes te laten eten maar ze wil niet. Ze wil niets eten. Ik zie haar elke dag harder achteruit gaan, tot ze geen adem meer haalt. Ze ademt niet…

De jagers hebben duidelijk niet genoeg succes, want ze nemen opeens luidruchtige wapens mee. Van die geweren die een harde knal veroorzaken. Zo hard dat de vogels de bomen uitvliegen en alle andere dieren zich in hun huisje verstoppen. Als je hierdoor geraakt werd doet het echt pijn.

Waar er eerst 10 van ons waren schieten de mensen één voor één een lid van onze roedel neer. We zijn elkaar kwijt geraakt. Ik ben weggedreven van de anderen.

Het is winter geworden. Ik heb het zo koud. Ik kijk naar de plek waar ik uit dronk. Alles is in ijs veranderd. Je kan eroverheen lopen. Ik kijk ernaar, maar ik durf niet zo goed. Hé, ik zie aan de overkant van het water nog een hert. Hé, Hé! Oh, hij kijkt naar me, en hij wil oversteken. De eerste paar stappen zijn goed gegaan. JA, je kan het! Hij zet nog een paar stappen, maar nu gaan zijn benen opeens allemaal een ander kant op. Ik zie hoe hij overeind probeert te blijven staan. Dat lukt wel, maar nu wil hij natuurlijk niet verder lopen. Ohh wat moet ik nou doen?

Ik hoor iets en ik probeer zo goed mogelijk te luisteren. Het zijn mensen, ohh ze gaan hem zeker neerschieten. Ik moet me goed verstoppen. Zo, een paar stapjes naar achteren moet wel goed zijn. Huh, ze schieten helemaal niet. Ze roepen andere mensen. De andere mensen hebben een touw meegenomen. Ik ben zo zenuwachtig, ik hoop echt dat ze hem geen pijn gaan doen. Ze gooien het touw op zijn gewei en trekken er nu aan. Ze krijgen hem langzaam maar zeker naar de kant. Ja! Het is gelukt, hij staat op de aarde. Maar wat gaan ze nu met hem doen?

Huh, hij rent weg, en ze doen niks…

Stel het je eens voor. Overal op Terschelling lopen majestueuze edelherten. Ze eten wortels en blaadjes in de bossen, verbeteren de vegetatie in de duinen en veroorzaken overal waar ze gespot worden verwondering. Mensen trekken van heinde en verre naar het eiland om die prachtige beesten te kunnen zien. Maar het mocht niet zo zijn. Marco en Geert hadden het verkeerd aangepakt en daarom moesten de herten afgeschoten worden. Allemaal. Toch? Er gaat een gerucht, en ook al gelooft niet iedereen erin, sommigen van ons blijven stiekem hopen dat er ergens in de bossen nog drie edelherten lopen, die aan de volhardende jagers ontsnapt zijn.

 

Dit verhaal werd geschreven in het kader van Oerol 2018. Leden van de Decamerone-redactie verzamelden verhalen op Terschelling die werden gebruikt als inspiratie voor het Virtual Reality Lab (door Oneseconds i.s.m. Likeminds en Oerol). Daar zijn 15 t/m 24 juni 2018 interactieve ervaringen te beleven geïnspireerd door deze verhalen van het eiland. Meer info.

De smokkel naar Terschelling
Terug naar het overzicht