Thema's
Open

Een straathoek in de Baarsjes

Picture of Matthijs
Reportage door Matthijs van Maltha 12 November 2014

Een straathoek in de Baarsjes. Vroeger zal dit een ander stadsdeel zijn geweest. Het lettertype waarmee het stadsdeel onderop het straatnaambordje staat vermeld is in ieder geval anders dan dat van de letters van de straatnaam zelf. Het is een wat grijze dag. De straat lijkt uitgestorven. Op de straathoek staat een groep mensen. Een jongen leunt tegen een muur, en werpt een blik om de hoek. De anderen zijn noodzakelijk om dat vast te leggen.

“Camera loopt… En actie” Weer kijkt de jongen om de hoek. Als het goed is was dit de laatste keer. Ik vraag hem hoe lang hij hier al bezig is. “Ik sta hier al… Hoe laat is het?” “Tien voor een” roept een van de mensen uit het gezelschap. “O… Twee uur al”

“Hij is ook acteur, die jongen die daar verderop in de straat staat te springen.” vertelt hij me. Hij zwaait naar de jongen in de straat. De jongen in de straat zwaait terug. Naast de twee acteurs bestaat het gezelschap uit een geluids- en productieman, een cameraman, een regisseuse en iemand die tot productiedame is gebombardeerd. De regisseuse is klaar met het terugkijken van het shot van de jongen die om de straathoek kijkt en merkt mij op. Ze begroet me hartelijk. Ik vraag haar hoe het tot nu toe is gegaan. “Ja, goed.” Haastig draait ze zich weer om naar de cameraman.

De productiedame is blij met haar taak. Vandaag heeft ze haar innerlijke productiedame gevonden, vertelt ze. Ze regelt locaties, ze verplaatst acteurs, ze draagt een filtertas en ze onderbreekt vervolgens ons gesprek omdat ze nog iemand moet bellen. Ze glimlacht. Vermoedelijk is ze inderdaad wel blij met haar taak. Na het telefoongesprek informeert ze of er in de groep nog behoefte is aan koffie. Ik vertel dat ik wel een kopje lust. Dat kan, maar of ik dan wel even filterjongen zou willen zijn. Ze hangt me de tas met de filters om.

“Je mag er best doorheen praten, als je iets wilt zien. Wij draaien gewoon door. Tot je stop zegt dan.”

In het volgende shot gaat er een sms’je gestuurd worden. Het schijnt nog wel even de vraag met welke telefoon dat moet gebeuren. “Als ik hier even niks mee doe dan gaat ‘ie op vergrendeling.” Uiteindelijk komt er een zwarte BlackBerry beschikbaar.

“Yo, je moet effe naar dat andere nummer bellen. Wij zijn hier aan het opnemen voor een shot.”

Na enig proberen is het gefilmde sms’je perfect leesbaar. “En daar gaat het om.”

“Ik geloof wel dat de batterij bijna leeg is.”

“Deze draaien en dan uit.”

“O, de batterij is al leeg.”

Ik stop met mijn theater. En dan word ik cateringdame.

Het gezelschap verplaatst zich naar verderop in de straat. Ik loop mee, de filtertas nog altijd over mijn schouder. Voor het volgende shot is niet iedereen nodig. Aan de overkant van de straat staat een bankje. “Een perfect cateringbankje.” Inmiddels is het lunchtijd. Er zijn krentenbollen, broodjes ham en broodjes kaas.

“Wat is dit voor thee?”
“Het is ontspanningsthee. Herbal en zo.”
“Er zit wiet in.”
“Ik denk dat Winny the Pooh zo zou ruiken. Zo gelig, met een beetje honing er in.”
“Ja. Ik ga dit gewoon doen.
Ik stop met mijn theater.
En dan word ik cateringdame.
Wat voor mensen zijn dat,
cateringmensen?”

Bouwbedrijf Stroobeen is bezig een huis te verbouwen. Twee bouwvakkers staan in de deuropening. Ze roken een sigaret, en kijken naar de huidige scene. Een meisje komt aanfietsen.

“Een meisje komt aanfietsen? Wil je het even voor doen voor ons?”
“Stop.”

Het meisje krijgt de fiets niet goed de stoep op. Poging twee lukt wel. Nu de jongen die haar iets toe roept.

“Kun je fluiten? Op je vingers?”
“Zo? Ik kan ook gewon fwiew-fwiew doen anders?”
“Ja, doe dat maar.”

De zoenscene!

“Nu gaan we de zoenscene doen.”
“De zoenscene!”
“Wat voor zoen wil je?”
“Een hele vieze, heftige zoen”
“Met hem?”
“Bij mij op school was er een stelletje, en die zoenden en aten dan samen een boterham.”
“Iel!”
“Ze waren gothic.”
“Dat is geen excuus.”

Weer verplaatst het gezelschap zich. In de volgende scene zitten twee jongens op een elektriciteitshuisje. Ze roken samen een joint. Er is geen wiet, dus dat zal moeten gebeuren met de in een vloeitje gerolde inhoud van een sigaret.

Aangekomen bij het elektriciteitshuisje blijkt dat er op de achtergrond grote zwarte rookwolken over de stad drijven.

“Echt een gekke fikka daarzo!”
“Het is bij de Overtoom.”
“Daar is ons kantoor!”

Er wordt een poging ondernomen het camerastandpunt zo te forceren dat ook de rookwolken in het shot meegenomen kunnen worden. “Zij zitten te roken. Ik zeg net: eigenlijk moeten we dat er gewoon in hebben.” Het nieuw geforceerde camerastandpunt blijkt toch te geforceerd. Er is inderdaad zwarte rook op de achtergrond. Tevens een woud van lantaarnpalen en een betaald parkeren-bordje. De geluids- en productieman onderneemt al springend nog een poging het bordje naar beneden te halen, maar de poging was al bij voorbaat vergeefs.

“Kun je zorgen dat hij iets minder naar voren leunt bij deze?
Ja?
Ready, Set, Go!”

De jongens zitten op het elektriciteitshuisje en blowen. De een laat de ander iets op zijn telefoon zien.

“Stop!
Dit was een lekker shot.”
“Nog een keer.
Maar dan zonder “Ik snap haar echt niet”
En vergeet dat je niet mocht leunen. Je mag weer leunen nu.
Sorry, ga door.
Pik hem maar weer op.
En dan doen we hierna nog een totaaltje.”

Het terug kijken van het shot gaat niet. Het terugkijkscherm blijft zwart. Drie paar handen doen pogingen knopjes in te drukken en snoertjes aan te drukken. Het scherm blijft zwart. Een van de handen houdt een kabel omhoog. Uit het einde steken een paar losse draadjes.

“Ik denk dat dit de oorzaak is.”
“O.
Dat lossen we dan zo wel op.”

Het is vol in de woonkamer

Het gezelschap verplaatst zich terug naar het voor een dag geleende huis dat vandaag als uitvalsbasis dient. De volgende scenes zullen binnenscenes zijn. Een van de acteurs gaat zich omkleden. Hij trekt een pak aan. Het pak is nieuw, de kaartjes zitten er nog aan. Ze worden met beleid in de zakken weggestopt. Vermoedelijk zal het pak na deze opnames worden teruggebracht naar de winkel.

Het is vol in de woonkamer. Tassen, kleding en apparatuur liggen verspreid over de vloer. Er tussen staan en zitten een paar mensen. Ze wachten tot het moment dat ze nodig zijn. Iets dat nog wel even zal duren. Het wachten maakt de mensen slaperig, een effect dat wordt versterkt door de met vuilniszakken afgeplakte ramen. De komende paar scenes spelen bij nacht.

“Wel een leuk huis dit.
Maar de bank staat raar. Hij staat niet bij de TV. Ik lig er nu op, maar als de TV aan stond had ik niet goed kunnen kijken. Ik zou hem daar zetten. Ik zou de keuken ook daar plaatsen.”
“En dan je slaapkamer daar, en een koelkast naast je bed.”

“Zouden ze hier Wi-Fi hebben?“
“Jij wil altijd WI-Fi.”
“In zo’n Afrikaans dorpje, met inheemsen en zo: do you have WI-FI?
Op een begraafplaats gewoon: gecondoleerd, heb je WI-FI?
Bij Eskimo’s in een iglo: heb je WI-FI?
In een museum, bij de Nachtwacht: ey Rembrandt, heb je WI-FI?”
“Toen ik nog in de shop werkte, toen waren er altijd van die mensen. Do you have WI-FI?
And a good day to you sir! Dat wilde ik ze dan echt toeschreeuwen.”

Het wachten veroorzaakt een trage sfeer in de woonkamer. Op de bank is een jongen in slaap gevallen. Hij snurkt. In de slaapkamer wordt nog altijd gefilmd.

“Je moet maar even kijken in hoeverre je echt een long shot kunt maken.”
“Dit is echt een van de gekste shots die ik heb gezien!”
“Als je hier vanaf die spiegel gaat, dan kun je maximaal tot hier.”

“Het zou leuk zijn als je dan ergens aanbelt,
en dan vraag je
heb je WI-FI?”
“Ik ga ik die kast zoeken.”
“Wat zoek je dan?”
“Die modem, voor de WI-FI.”
“Zou er nog koffie zijn?”
“Al die zooi die hier ligt, die moeten we straks ook weer weghalen.
Dit hier, dit is straks ook een shot.”
“Kut.”

Ik hoop echt dat ik dit telefoontje nog kan plegen

“Mijn batterij is bijna leeg. Heeft er iemand hier een oplader?
Nee? Ik hoop echt dat ik dit telefoontje nog kan plegen.”

“Hoi, met mij
Heb je al iets?
De dependance van brouwerij T’IJ?
Mooi
Dan ga ik nu een vader zoeken.
Is goed.
Oke doei.”

“Zondag ben ik een 42-jarige moeder. Dan heb ik een 18-jarige zoon. Ze hebben voor me uitgerekend dat dat mogelijk is. Denk jij dat het kan? Mijn 18-jarige zoon is wel blond, dus ik moet nog een vader vinden die ook blond is.”

Blijkbaar is de scene in de slaapkamer klaar.

“Wat een feest hier ik de woonkamer. We zijn klaar in de slaapkamer. Alle spulletjes mogen daar heen.”
“Heb je me nu nodig? Anders ga ik even tabakka’s halen.”

Heb je ook Hawai?

“Hawai?
Heb je ook Hawai?
Heb je er dan negen?
Kun je dat om zes uur komen brengen? Niet eerder.
Zit er dan een bonnetje bij? Met BTW?”

Na het eten zullen de opnames verder gaan.

“De WI-FI? O, dat is hier Verzorgpony7. Met een hoofdletter. Rare naam ja, vraag daar maar niet naar.”

Een straathoek in de Baarsjes
Terug naar het overzicht