Thema's
Open

Grooven als Versailles

Picture of Nnenna
Column door Nnenna Onwuka 18 September 2014

Ronde lichtplekjes draaien over de muren en over de gezichten van het publiek. Het is een discobal die voor deze lichtshow zorgt. Diezelfde discobal, die voor een beeld uit de jaren zeventig zorgt, roept bij een groot deel van het publiek oude herinneringen op. Zestig jarige, grijze en kalende mannen dansen uitbundig op hits uit hun jeugd. Deze zestigers zijn niet de enigen die de lucht van biertjes opsnuiven en het geluid van de vijf muzikanten horen. Ook anderen nemen de sfeer die in Bourbonstreet hangt in zich op.
Bourbonstreet ja, daar zijn we. Een café achter het Leidseplein, met een lantaarnpaal midden in de ruimte. Net als in een echte straat. Een plek waar geleefd is. Dat is Bourbonstreet. Op de fotolijstjes van alle muziek legendes, die aan de muur hangen, ligt een laagje stof doordrenkt met jazz en blues. Alsof het rechtstreeks is overgewaaid uit New Orleans.

Er zijn ook hippe dertigers aanwezig. Hoe ze hier terecht zijn gekomen doet er niet toe. Wat ze hier doen, dát is relevant. Namelijk het genieten van de muziek. Dat is wat iedereen hier doet. Maakt niet uit hoe oud, hoe grijs, hoe dik of dun. Geen verschil doet er toe zolang de band blijft spelen. De band bestaande uit 5 jonge mannen. Ook zij zijn, net als het publiek, heel verschillend. Maar ze delen een talent voor het maken van muziek. Klassiekers spelen ze, waar een eigen draai aan is gegeven. Funky is het woord dat hen omschrijft.

Alsof het rechtstreeks is overgewaaid uit New Orleans

Het is alsof de geluidsgolven onder de voeten van het publiek langs gaan: niemand staat stil. De manier van bewegen verschilt per persoon. Sommigen maken bekende disco moves, terwijl anderen slechts hun hoofd op en neer knikken. Men danst mee met de baslijn, die het publiek als het ware bij de hand neemt en alle andere instrumenten laat horen. Een afrokam heeft de bassist in zijn haar. Zoals het hoort. Samen met de gitarist vormt hij een prachtig beeld. De bassist met zijn ogen in de verte gericht en de gitarist met de zijne een deel van de tijd gesloten. Af en toe kijken ze naar elkaar, zeggen ze wat, knikken, of lachen. Maar vaak is dat niet nodig: iedereen voelt elkaar haarscherp aan.
Omdat de bassist en gitarist niet allebei rechtshandig zijn, steken de halzen van hun instrumenten, net als bij een album cover van the brothers Johnson, allebei een andere kant uit. Het is de stand van hun gitaren, de drie brillen van de andere bandleden en de achterwand van het podium waar zwart, wit, zwart drie gitaren hangen, wat er voor zorgt dat het podium is als een schilderij uit de renaissance: volledig in balans.
Ik denk niet dat kunsthistorici er blij mee zullen zijn als ik deze avond in Bourbonstreet zou vergelijken met de tuinen van Versailles. Maar toch ervaar ik bij zowel Versailles als bij deze band een zekere schoonheid waarin ik wordt meegesleept.
Terwijl deze schoonheid constant blijft, blijft ook het gedrag van het publiek regelmatig. Het geroezemoes en gelach wordt niet harder of zachter, elke 7 minuten komt er weer iemand langs om de lege glazen en flesjes op te halen en alle hoofden blijven op en neer deinen.

het podium is als een schilderij uit de renaissance

Ook de discobal blijft draaien, en de gekleurde lampen blijven zich in dezelfde volgorde afwisselen: rood, groen, blauw, rood, zwart. Rood, groen, blauw, rood, zwart. Enzovoorts. De baslijn blijft lopen, de muzikanten blijven spelen. Bourbonstreet blijft leven als een straat waarvan de bewoners niet gaan slapen. De hele nacht niet.
Pas wanneer het licht wordt zal de nacht eindigen. De muzikanten moeten dan de lucht vrij maken voor de muziek van de vogels, de discobal moet plaats maken voor de eerste zonnestralen en het publiek moet gaan slapen.
Gelukkig is dat is allemaal pas later. Bourbonstreet is tot 5 uur open. Genoeg tijd voor nog een nummertje dus.

Grooven als Versailles
Terug naar het overzicht