Thema's
Open

‘Ik denk dat ik minstens zo goed kan luisteren’

Picture of Matthijs
Interview door Matthijs van Maltha 7 Juni 2014

Een interview met De Verhalenman, Karel Baracs

Hoe ben je precies De Verhalenman geworden?

‘Ik ben van huis uit basisschoolleraar. Toen ik een beroepskeuze moest maken heb ik gekozen tussen theaterschool en basisschool. Ik heb de stap naar de theaterschool niet durven zetten toen ik een jonge jongen was. Daar werd over gezegd dat je werd afgebroken, en dat je dan werd opgebouwd. En ik vond dat een hele nare gedachte.

Ik ben onderwijzer geworden om kinderen van alles te leren over het leven. Niet om ze te leren rekenen, maar om ze met verhalen te beïnvloeden. Dat zat in mij. Ik heb zestien jaar voor de klas gestaan. In de jaren negentig, toen is De Verhalenman begonnen. Het is oorspronkelijk een onderwijsproject geweest. Ik kreeg de kans van het Amsterdamse onderwijs om op scholen die daarom vroegen, die buitenlandse kinderen hadden gekregen, de Nederlandse taal te gaan brengen in de vorm van verhalen. Ik heb mezelf ontwikkeld tot professioneel verhalenverteller. Het is mijn dagelijks werk en dat is nu al vijfentwintig jaar zo.

De educatieve doelen zijn er nog steeds. Maar de verhalen die ik breng die zijn bijna altijd middel. Het doel kan ook sociaal zijn, mensen met elkaar verbinden bijvoorbeeld. Mensen die elkaar niet kunnen verstaan: mensen van verschillende afkomsten en culturen of mensen van verschillende generaties die elkaar misschien niet begrijpen. Die kan je met elkaar verbinden door verhalen te vertellen. En dan een gesprek na bijvoorbeeld. Ik vind verhalen vertellen een prachtig bindmiddel. Zo kan je bijvoorbeeld gedachten over het voetlicht brengen, of een stuk geschiedenis. Ik ben in 2008 benoemd tot de Stadsverteller van Amsterdam, met het doel Amsterdammers met elkaar te verbinden, en de geschiedenis van Amsterdam over het voetlicht te brengen.’

Denk je dat je daar in slaagt, het verbinden van Amsterdammers?

‘Dat heeft zich bewezen. Ik doe constant projecten waarbij ik mensen een podium verschaf. Het laatste project wat ik gedaan heb is met dak- en thuislozen. De mensen die leiding geven aan de wereld van de dak- en thuislozen: de kerk, het Leger des Heils, Hulp voor Onbehuisden, die vonden het een goed idee dat mensen die ooit op straat hadden geleefd zichzelf presenteerden aan de samenleving. Bijvoorbeeld door hun verhaal te vertellen op scholen. Dan leer ik die mensen de fijne kneepjes van het vak kennen. En dan krijgen ze zoveel zelfvertrouwen dat ze inderdaad op dat podium durven te gaan staan en hun eigen verhaal over het voetlicht durven te brengen.’

Wat is dat voor jou, een goed verhaal?

‘Iedere schrijver, iedere verteller, heeft natuurlijk zijn eigen stijl. Ik ben geen sprookjesverteller bijvoorbeeld. Ik houd er van om het alledaagse te beschrijven, de realiteit. Ik breng het herkenbare, gekoppeld aan het uitzonderlijke. Daar zit de spanning in. Er is een plot, een serie opeenvolgende gebeurtenissen, een logische ontwikkeling van gedachten waarin het onverwachte een rol gaat spelen. En via een aantal verrassende wendingen leidt dat tot een apotheose, tot een climax. En dan wordt het verhaal beëindigd.

In een goed verhaal speelt de mens de centrale rol. Meerdere karakters. Mogelijk is er een karakter, of een beperkt aantal,  die de centrale rol heeft. Maar het gaat over hun relatie tot elkaar en tot de gebeurtenissen. Het gaat over mensen en relaties. Ik vind dat de karakters nooit surreëel of karikaturaal beschreven moeten worden, maar naturel. De herkenbaarheid is de basis, zodat de lezer of toehoorder zich kan identificeren met de karakters. Herkenbaarheid, maar niet als banaliteit. Herkenbaar kan ook worden uitgelegd als saai. Maar dat is niet mijn bedoeling. Ik breng herkenbaarheid als middel tot identificatie. Dat je je betrokken gaat voelen bij de hoofdpersoon.

'Ik ben geen sprookjesverteller'

Als je het verhaal zou analyseren zou het voor de helft uit feiten bestaan, en voor de helft uit emoties. De feiten die ik breng komen bijvoorbeeld in de vorm van beschrijvingen, toelichtingen of verklaringen. De emoties zijn divers en gevarieerd. Ik werk met vijf hoofdemoties: De liefde, de blijdschap, de boosheid, het verdriet en de angst. Ieder goed verhaal heeft in ieder geval die vijf in zich. Ze zijn eigenlijk de kruiden van een goede maaltijd. Maar mensen kennen natuurlijk honderden emoties. Alle andere emoties zijn wat mij betreft variaties op die vijf hoofdemoties. De emoties krijgen binnen het verhaal vorm door de dialogen. Ik vind dat een goed verhaal de nodige dialogen bevat. En dramatiek. De emoties krijgen vorm door de dialogen en de dramatiek tussen de karakters.

Verder is er sprake van een heldere plaats en tijdsduiding: waar het verhaal zich afspeelt, en in welke tijd. Het is van belang voor een verhaal dat het niet alleen het plot is, de grote lijn, maar dat er aandacht is voor details. Details die hebben een doel: die verduidelijken. Details vermenselijken, die versieren het verhaal. Die kleden het verhaal aan. Het doel is uiteindelijk om filmisch te vertellen, dat de lezer of toehoorder wordt meegevoerd. Dat hij beelden gaat zien. Daar helpen de details enorm bij.

Het einde van een verhaal moet bij een volwassen publiek een bevredigend einde zijn. Het mag ook open zijn. Maar bij een kinderpubliek moet het wat mij betreft een happy-end zijn. Bij een volwassen publiek hoeft dat niet per se. Er moet zowel sprake zijn van een pakkende opening als van een bevredigend einde. Je aandacht moet meteen getrokken worden. Bij de beginzinnen, bij wijze van spreken. En je moet ook een goede slotzin hebben, of een conclusie of gedachte.’

'Ze denken altijd dat De Verhalenman een prater is.'

Waar vind jij dat, een goed verhaal?

‘Ik zou zeggen: omdat ik een mensenman ben. Ik voer veel gesprekken. Met iedereen die op mijn weg komt eigenlijk. Ik ben daar alert op. Als mensen vertellen over hun belevenissen dan ben ik geïnteresseerd. Maar als er een onverwachte wending is, iets bijzonders, dan wordt je aandacht extra getrokken. Dan kan er sprake zijn  van een goed verhaal. Er zijn genoeg verhalen, maar wat maakt nu dat verhaal tot een uitzonderlijk verhaal? Dat zijn die unieke wendingen.

Diegene die op zoek gaat naar een goed verhaal is geïnteresseerd in mensen, heeft een luisterend oor. Ze denken altijd dat De Verhalenman een prater is. En dat is ook zo: ik kan goed babbelen. Maar ik denk dat ik minstens zo goed kan luisteren. Gisteren was er iemand die me vertelde dat in het oorlogsgebied in Joegoslavië, in de jaren negentig, mensen helemaal klem zaten binnen hun huwelijk. Ze waren gemengd gehuwd: een moslim met een christen. En die werden van beide kanten onder druk gezet om elkaar te verlaten, om elkaar te verraden. Bij wijze van spreken zelfs om elkaar te doden.

Als iemand zo’n verhaal vertelt dan denk ik: wow. Dan is doorvragen belangrijk. Je moet kijken naar de grote lijn, de opeenvolging van gebeurtenissen. En als je dat dan hebt kun je echt naar de details gaan vragen, om de aankleding van het verhaal vorm te geven.’

‘Ik denk dat ik minstens zo goed kan luisteren’
Terug naar het overzicht