Thema's
Open

'Ik denk echt dat hij het leuk gaat vinden'

Picture of Matthijs
Interview door Matthijs van Maltha 31 Maart 2014

Een interview met Decamerone-maker Uriah Havertong.

Waar kom je vandaan?

‘Ik kom uit Amsterdam en omstreken, zou je kunnen zeggen. Ik ben geboren in Zuidoost. Toen ik vier was ben ik naar Purmerend verhuisd. Daar heb ik van mijn vierde tot mijn twintigste, eigenlijk mijn hele jeugd, doorgebracht. Toen dacht ik: mooie leeftijd om op mezelf te gaan. De drukte in.’

Hoe beland iemand uit Amsterdam en omstreken, bij Likeminds?

‘Het begon eigenlijk allemaal met een auditie in Utrecht. Ik woonde nog in Purmerend, had geen ervaring. En ik dacht, heel brutaal: ik zie wel hoe ver ik kom. Zoals je al kan raden niet echt ver: de eerste ronde lag ik eruit. Een van de leraressen was artistiek leider van theatergroep Dox. Ik ben daarheen gegaan, en heb er een jaar gespeeld. Na dat jaar vonden ze dat ik mezelf niet genoeg had ontwikkeld om nog een tweede jaar te blijven. Ik ging zoeken naar andere theatergezelschappen. Toen heb ik, via een meisje dat ook bij Dox zat, gehoord over het Breakin’walls festival. Ik ben het eens gaan googelen en heb een mailtje gestuurd naar Likeminds. Toen ben ik een keer auditie komen doen en zo ben ik er eigenlijk ingerold.’

Je bent nu bezig met het Decamerone-project. Wat is dat precies?

‘Decamerone is een project van Breakin’walls. Het stamt af van de Decamerone, een boek uit de veertiende eeuw. Het werd geschreven in Italië, waar de pest uitbrak en mensen ziek werden. Er waren, geloof ik, drie mannen en zeven vrouwen die de pest wilden ontvluchten en met zijn tienen gingen schuilen. Elke dag vertelden ze elkaar verhalen in een bepaald thema, dus tien dagen met tien verhalen in tien thema’s. Het idee van Decamerone op Breakin’walls is dat wij een van die tien thema’s kiezen en daarover een voorstelling maken. Niet vanuit je eigen perspectief, maar je vertelt door middel van een interview het verhaal van iemand anders. We hebben nu acht makers: vier werken met Samora Bergtop als regisseur en vier met Khadija Massaoudi. Alle makers hebben iemand geïnterviewd over het thema dat ze kozen, en dat zetten we om tot materiaal op de vloer.’

Wie heb jij geïnterviewd?

‘Mijn collega Maarten, een barman van zestig die zijn wilde haren nooit helemaal heeft verloren. Hij is vanaf zijn twintigste barman. Kan je je voorstellen dat ik nu twintig ben en nog nog veertig jaar barman blijf? Dat heeft hij gedaan. Als thema koos ik relaties die op  rampzalige wijze af kunnen lopen. Ik wist niet zo goed wat ik met dat thema moest, ik wist ook niet zeker of dat thema eigenlijk wel wilde doen.Maar ik ben eens gaan kijken welk verhaal daarbij zou horen. Toen wist ik meteen dat ik Maarten wilde interviewen.’

Waarom wist je meteen dat je hem wilde interviewen?

‘Hij heeft altijd heeft verteld over de Roxy. Een discotheek van vroeger. Maar niet zomaar een discotheek. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig, had Amsterdam twee beroemde discotheken: de IT en de Roxy. En in de Roxy heeft hij van het begin tot het eind gewerkt. Bij Bitterzoet, waar wij nu samen werken, heeft hij het er altijd over. Dat de Roxy een soort walhalla was, dat er allemaal drugs werden gebruikt. Maar dat dat geen probleem was. Ik vond het heel interessant om daarover te horen, en te horen over het ontstaan van house in die tijd. Hoe het er toen uitzag, omdat er ook veel homo’s en travestieten kwamen. Of hij daar nog iets over wilde vertellen. Ik dacht: het is een man van zestig, die heeft vast een goed verhaal. Mijn thema was relaties die rampzalig af kunnen lopen. De Roxy is na twaalf jaar afgebrand, en al die tijd had hij er gewerkt. Tijdens het afscheid van een van de overleden eigenaren, hadden ze een soort van… ja, hoe zeg je dat… afscheidsfeestje vind ik zo stom klinken. Het was een afscheid voor hem in de Roxy. Het werd er wel eens vaker bont gemaakt. Binnen werd er vuurwerk afgestoken. Dat gebeurde ook wel vaker, zei Maarten tegen mij. Maar die keer pakte dat slecht uit, omdat de airconditioning niet goed schoon was. Binnen de kortste keren stond de Roxy in de hens. Dat was het einde.’

Hoe heb je Maarten geïnterviewd? Op welke manier wilde je dat gesprek aangaan?

‘Ik heb hem eerst uitgelegd dat ik hier bij Likeminds zit en dat ik meedoe aan Breakin’walls. Toen ik hem uitlegde wat Decamerone precies is leek hij best geïnteresseerd. Ik vroeg hem of ik hem over de Roxy en over het er daar aan toe ging kon interviewen. Hij vond het leuk om erover te praten. Toen hebben we een datum geprikt, een maandagavond. We zijn naar een cafeetje in zijn buurt gegaan, ik heb hem getrakteerd op een drankje en ik heb, net zoals nu, gewoon een voice-memo opgezet en we zijn gaan babbelen.’

Toen heb je hem geïnterviewd en had je dat verhaal. Wat dacht je toen?

‘Het verhaal dat ik had gekregen had veel informatie. Daar had ik sowieso wat aan. Maar ik denk dat het voor mij ook makkelijk was me in te leven in Maarten als personage, want ik zie hem elke week. Voor dat interview had hij ook al best wel wat dingen tegen mij gezegd. Dat sla je dan buiten dat interview op, en dan zegt hij iets en denk je: hé, dat klinkt bekend. Het interview ging vlot, ik heb eigenlijk alles wat ik had willen vragen kunnen vragen. Ik zei nog tegen hem: het kan zijn dat ik iets ben vergeten. Zou ik je daar dan nog over kunnen contacten? “Prima, je kan altijd bellen of langskomen, dan kunnen we het er verder over hebben.” Dat heb ik later nog wel gedaan. Als ik wilde weten hoe iets zat dan belde ik op en legde hij dat uit.’

Toen had je dat interview gehad, had je al die informatie en dacht je: nu moet ik hier iets mee gaan maken.

‘Ik denk dat dat wel het moeilijkste is. Omdat je vrij beperkt bent en je hebt te houden aan het interview. Ik had er wel iets heel anders van kunnen maken, iets wat ik misschien wel mooier, leuker of grappiger had gevonden. Maar dat gaat dus niet, je hebt je te houden aan het interview. Dat was best lastig. Met name het begin. Ik bedoel, hoe begin je zoiets? Ik heb het interview in mijn kamer op boxjes aangesloten en vaak geluisterd. Ik schreef alles over en maakte er een soort samenvatting van. Toen ben ik begonnen te schrijven. Ik heb weer het interview aangesloten en dacht: ik wil te graag een duidelijk begin maken. Misschien moet dat op het laatst, en eerst kijken wat ik uit het materiaal kan halen. Ik heb het interview weer aangezet en ben gewoon begonnen korte verhaaltjes te schrijven, passend bij het interview. Later ben ik gaan knippen en plakken. Zo ben ik eigenlijk op gang gekomen. Als ik dit aan het begin doe krijg je zo’n begin. En toen was ik klaar. Nou ja, met schrijven klaar.’

 

Ik had er wel iets heel anders van kunnen maken, iets wat ik misschien wel mooier, leuker of grappiger had gevonden.
Uriah Havertong tijdens de repetities voor Decamerone. Foto: Fey Lehiane

Je was klaar met schrijven. Toen had je je eigen tekst. En hoe dacht je dat je daar theater van ging maken?

‘Dat schrijven is een eerste stap, en dan moet je het inderdaad nog op de vloer zetten. In het begin had ik heel letterlijk alles uit mijn hoofd geleerd. Ik wilde per se tekst leren. Ik heb het echt in mijn hoofd gestampt. Toch zat het gevoel er niet bij. Het was niet overtuigend. Maar met hulp van Samora en mijn medespelers, die ook kritisch naar mij kijken en denken: misschien zou dit leuker zijn, weet je, kom je tot iets. En je merkt ook vaak dat als je op de vloer staat je iets kan zeggen of doen, en dan denken: nee. Toen ik het schreef was het mooi, maar het werkt gewoon niet. Met je medespelers en je begeleidster bedenk je dan hoe je het anders zou kunnen aanpakken. Ik gebruik nu ook dans en beweging.’

Dus je hebt wel een soort theatrale manier van uitwerking gevonden. Want je begon met al die teksten, en in het proces ga je er toch ook beweging en dans in verwerken.

‘Dat heb ik niet gedacht vanaf het begin. Maar de Roxy, dans. Dansen, Housen.’

We hebben nog twee weken tot het festival. Heb je er vertrouwen in dat alles goed komt?

‘Ja. Omdat ik in mezelf geloof. Er was een tijd dat ik dat niet deed, maar nu wel. En buiten dat heb ik ook geleerd een beetje vertrouwen te hebben in anderen. Samora helpt mij ontzettend goed. Niet dat ik alles van haar af laat hangen hoor, helemaal niet. Maar zij is wel aan de slag met beginnende makers, en het is niet helemaal mogelijk dat wij op eigen houtje alles doen. Ik vertrouw haar, vertrouw mijn medespelers, en geloof dat ik het zelf kan. Ik heb er zeker een goed gevoel over, ja.’

Jij hebt er een goed gevoel over. En als je het dan over twee weken gespeeld hebt, en Maarten heeft het gezien, wat denk je dan dat hij er van zal vinden?

‘Dat weet ik niet. Ik heb hem niet vaak kritisch gezien. Misschien is dat dan ook wel waarvoor ik bang ben. Er zit nogal wat drugsgebruik  in mijn voorstelling. Waar ik een beetje bang voor ben is dat hij gaat denken dat ik hem probeer af te schilderen als, ja, “een of andere junk”. Dat is helemaal niet mijn bedoeling, maar het enige waarvoor ik bang zou kunnen zijn. Voor de rest zou ik het me eigenlijk niet kunnen voorstellen. Misschien neemt het hem een beetje terug naar die tijd in de Roxy, beleeft hij het weer. Ook als hij die muziek hoort. Ik denk echt dat hij het leuk gaat vinden.’

Je denkt dus dat Maarten het leuk zal vinden. Je bent er van overtuigd dat hij dit zal kunnen waarderen?

‘Dat denk ik zeker.’

Dus je denkt over jezelf dat je dat verhaal op een goede manier hebt verteld?

‘Ja.’

Hoe denk je dat het hele Decamerone-project er straks uit gaat zien, behalve jouw solo?

‘Weet ik niet. Ik heb de andere vier makers van Khadija nog niet gezien. Onze groep is top, iedereen heeft goede verhalen. Maar niet alleen goede, ook die goed zijn om te zetten naar de vloer. En onze voorstelling, van de vier makers van Samora, vind ik al enorm goed. De laatste puntjes moeten nog op de i, maar we zijn hard op weg. Met die andere vier makers erbij weet ik het niet. Ik ken er een paar, die ik al eerder heb zien spelen, en daar heb ik een goed gevoel over. Maar ik weet nog niet hoe wij zullen binden als vier makers plus vier makers. Het wordt een geheel, maar ik weet nog niet hoe. Toch kan ik me niet voorstellen dat het echt fout gaat.’

Je kijkt met een goed gevoel naar het festival. Met Decamerone zal dus wel het goed komen. Je hebt vertrouwen dat je het kan, mooi. Maar als je nu de wereld moest veroveren, hoe zou je dat dan doen?

‘Veroveren of veranderen?’

Veroveren.

‘Zo. Goeie laatste vraag. Hoe ik de wereld zou veroveren. Jezus… ‘

Je mag alles doen.

‘Ik denk dat ik gewoon aan iedereen zou laten zien dat ik een stuk beter ben dan zij. Dan geven ze vanzelf wel op.’

 

'Ik denk echt dat hij het leuk gaat vinden'
Terug naar het overzicht