Thema's
Tegenslag

Ik ken iemand die... toch niet doodging in Taiwan

Picture of Fey
Ik ken iemand die door Fey Lehiane 1 Juli 2015

Het was één van haar laatste weken in Taiwan, waar ze een language exchange programma deed. Ze had net drie dagen rondgereisd toen ze zich ziekig begon te voelen. Vooral moe, maar ook buikpijn en dat soort narigheid. Ze vermoedde een buikgriepje, maar besloot toch even langs het ziekenhuis te gaan. Een röntgenfoto later en de rust was verbroken: de dokters vonden dat het er slecht uitzag. Heel slecht. Haar maag en lever waren opgezwollen. Nee, geen sprake van dat ze naar huis kon. Ze moest blijven.

Ze lag in het beste ziekenhuis van Taiwan, maar een eigen kamer zat er niet in. Ze kreeg een bed in de gang naast andere zieken waarvoor geen plaats op de zalen was. Om elk bed zat een groepje familieleden en vrienden. Het was krapjes, en meer dan medische verzorging kreeg je niet. Eten en drinken, naar de wc gaan, en elk ander verzoek moest worden verzorgd door familieleden van de patiënten. Gelukkig bleven twee van haar vriendinnen 48 uur lang wakker naast haar bed om haar te verzorgen.

In haar beste Chinees, wat nog niet zo heel best was, communiceerde ze met de artsen. Er kwam geen goed nieuws. Ze wist wel te verstaan dat ze vonden dat ze er slecht aan toe was.

“Wanneer ga ik dood?”, was de eerste vraag die in haar op kwam.
“Niet deze week.”, antwoordde de dokter. Ze was opgelucht. In haar verwarring vergat ze te vragen wat er ná die week zou gebeuren.

"Waneer ga ik dood?", vroeg ze. "Niet deze week.", antwoordde de dokter.

Op vrijdag, twee dagen nadat ze was opgenomen, kreeg ze eindelijk een kamer. Net op tijd voor haar familie die uit Nederland was overgevlogen. Ondertussen hadden de artsen haar bestempeld als “speciaal geval”. Ze konden er maar niet achter komen wat ze had. Ook niet nadat ze een week in het ziekenhuis had doorgebracht. Ze dachten aan Hepatitis C, daarvan vertoonde ze de meeste symptomen. Medisch studenten kwamen langs om haar te bekijken als medisch studieobject. Ze werd aangeduid als een patiënt met een zeldzame ziekte.

Op een dag zaten alle studenten om haar heen. Naast de Chinese arts was er die dag ook een Westerse arts. Uit Amerika. De Amerikaan vroeg haar om “aah” te zeggen. Dat deed ze. “Draai je hoofd en nog een keer.” Ze gehoorzaamde, terwijl een groepje van tien studenten haar mond in staarden.

“Je hebt mononucleosis infectiosa”, concludeerde de Amerikaan droogjes.

Even later kreeg ze een telefoontje van een Taiwanese ambtenaar. De overheid houdt patiënten met zeldzame ziektes natuurlijk nauwlettend in de gaten. Hij had gehoord dat ze Hepatitis C had. Klopte dat?
“Nee”, antwoorde ze, “Het is gewoon Pfeiffer.”

Ik ken iemand die... toch niet doodging in Taiwan
Terug naar het overzicht