Thema's
Resoluut

Johan

Picture of Matthijs
Column door Matthijs van Maltha 3 Juli 2014

Ik had besloten naar buiten te gaan. Op straat stonden meer mensen die het feest waren ontvlucht. Dof klonk de muziek op de achtergrond. Voor het café stonden groepjes mensen in dunne kleren die rookten en voorzichtig slokjes bier namen in een bij nader inzien toch wel koude nacht. Op een bankje tegen de cafémuur zat een man, over wiens schouders twee witte ratten kropen. Door de aandoenlijkheid van de beestjes had zich een klein groepje om hem heen verzameld.

De man stelde zich voor als Johan. De ene rat heette Sabrina, de andere Samira. Ze waren 14 jaar en allebei blind. Hoe hij ze uit elkaar hield? Samira had een groene streep op haar rug. Die was er op gezet met een stift, van een soort die je bij de dierenwinkel kon kopen.

Johan was 45, vertelde hij. Waarna hij onmiddellijk een identiteitskaart liet zien om dat te bewijzen. De man op de identiteitskaart heette inderdaad Johan, en was inderdaad 45. Of de kale man van het pasfotootje onder de baard van de man die voor het café zat schuil ging weet ik niet. Even werd ons gesprek onderbroken. Johan groette een vriend, een man die rondliep in een ontknoopt wit overhemd met korte mouwen, waarbij op de linkermouw het logo van de ambulancedienst zat. De man stelde zich voor als dokter Frömel, en ging vervolgens het café binnen.

Gewoon aanbellen, en dan vragen naar Johan.

Vannacht was Johan wat van slag. Eindelijk was hij bij haar weggegaan. Hij had de deur gebarricadeerd en wilde dat wijf niet meer zien. Zij kon niet zonder hem. Hij wel zonder haar. Voor haar kon hij tienduizend betere krijgen. Ze had hem helemaal gesloopt. Ze had zijn uitkering meegenomen en ook zijn wiet. Hij, een geboren Jordanees, woonde nu in Ganzenhoef, ver weg in de Bijlmer. Daar had hij iets kunnen huren. Er heerste daar harmonie tussen hem, zijn ratten en zijn slang. Want hij had ook nog een slang. ‘Zo dik.’ wees hij met zijn hand aan.

We moesten maar eens bij hem langs komen. ‘Gewoon aanbellen, en dan vragen naar Johan.’ Voor zo lang dat nog kon: die kerel wilde aan zijn huurcontract een einde maken. Johan wist het niet meer. Hij twijfelde of hij er zelf niet gewoon een einde aan moest maken. Of weg gaan. ‘Lekker naar het buitenland.’ Maar dat kon niet, bedacht hij zich. Hij wees naar de twee ratten op zijn schouder. En dan was er natuurlijk nog de slang.

‘Johan, alles gaat goed komen’, sprak het meisje naast me. ‘Ik ga nu weer even dansen. Maar alles gaat goed komen. Ik weet het.’ Het meisje ging weer terug het café in.

Johan
Terug naar het overzicht