Thema's
Open

Katholicisme

Picture of Matthijs
Road of broken hearts door Matthijs van Maltha 1 Juli 2016

Mostar is een stad van lijnen. Een stad van grenzen en scheidingen. Ingebeelde scheidingen, die bepalen wie elkaar tegenkomen, en wie niet. Wie er een gesprek aanknopen, en wie niet. Maar behalve in het denken van mensen zijn de scheidingen ook op een stadskaart uit te tekenen. Niet als kaarsrechte lijnen, wat niet verbaast in een stad waar twintig jaar na het einde van de oorlog nog steeds niets recht is. Maar met een paar grillige potloodstreepjes op een stadskaart is het wel mogelijk aan te geven hoe de verschillende bevolkingsgroepen elkaar proberen te ontlopen. Serviërs in het oosten van de stad, Moslims op de oostoever van de rivier en rond het centrum, en Kroaten verder naar het westen. De grenzen tussen die gebieden zijn niet onveranderlijk, zo heeft de laatste oorlog aangetoond. Waar het gebied ten oosten van de Neretva traditioneel bevolkt werd door moslims, zo hadden de Kroaten hun domein ten westen van de rivier. Maar na de oorlog was de westoever van de rivier evengoed moslimgebied geworden, en werden de Kroaten nog verder westwaarts gedreven.

Op een goudkleurige plaat tegen het hek van een van de weinige nog altijd stijlvolle gebouwen op de westoever ontcijfer ik dat dit de ambassade van de islamitische republiek Iran moet zijn. Waarom die ambassade hier staat, en niet in de hoofdstad Sarajevo, is mij onduidelijk. Van het gebouw zijn alle luiken gesloten. De tuin is er goed verzorgd, en het gebouw wordt omringd door een uitstekend onderhouden gazon. Het geheel contrasteert met de wijde omgeving waarin het staat. Aan de overkant van de straat zijn mannen aan het werk met graafmachines. Misschien wordt er iets gebouwd, misschien zijn de mannen een bodemloze put aan het graven.

Katholicisme als uithangbord

Waar zijn de Kroaten uit deze wijk gebleven? Voor de Mostari zal het duidelijk zijn, zoals alle onzichtbaar lopende lijnen tussen stadsdelen en bevolkingsgroepen hier voor hen duidelijk zijn. Maar als buitenstaander, niet opgegroeid in dat onderbewuste patroon, vergt het zoekwerk. Staand op het Spaanse plein, uitkijkend over de boulevard, is in de verte een hoge kerktoren te zien. Wie zijn blik langs de torenspits omhoog laat gaan ziet het grote kruis dat op de berg erachter staat. Katholicisme als uithangbord voor een verder uit het stadsdeel verdreven bevolkingsgroep. Uit interesse beginnen we in die richting te wandelen.

De boulevard is een vreemde mengeling van wederopbouw en verval, van pronkstraat en vierbaansautoweg. Aan de ene kant staan de gerestaureerde gebouwen van het stadhuis, aan de andere kant wisselen huizenblokken en woonhuisruïnes elkaar af. Naarmate we verder van het stadscentrum weg lopen beginnen de ruïnes steeds meer de overhand te krijgen.

Bij een groot kruispunt met een tankstation heeft de boulevard definitief zijn allure verloren. Achter dat tankstation en wat andere gebouwen moet de kerk staan die we al van grote afstand konden zien. Een groots gebouw op een verder weinig prominente plek. Het is niet mogelijk er direct heen te lopen, je kunt er alleen komen door een omtrekkende beweging om het tankstation te maken.

De verhoudingen tot het kerkgebouw waar hij naast staat lijken volledig zoek

Tegenover de kerk staat een hotel, dat getuige de krullerige letters op het naambord, enige luxe probeert uit te stralen. Het hotel deelt zijn parkeerplaats met een bandenmagazijn annex garage. Tussen de auto’s van de weinige hotelgasten staan monteurs, gekleed in besmeurde overalls, een sigaret te reken.

Dat de kerktoren van grote afstand te zien was is staan de aan de voet van het bouwwerk niet verwonderlijk. De toren is hoog. De verhoudingen tot het kerkgebouw waar hij naast staat lijken volledig zoek. Dit is de enige kerk die in een stadsgezicht van Mostar in het oog springt, maar door zijn lengte weet de toren in zijn een eentje wel te concurreren met de minaretten die verder het uitzicht over de stad bepalen. Lang zal de toren hier nog niet staan. Het bouwwerk verhult het onafgewerkte, grijze beton waarvan het is gemaakt nog niet. Bovenaan wordt een rond gat, vermoedelijk bestemd voor een klok, nog afgedekt door een stuk hout.

Het kerkgebouw naast de toren lijkt evenmin oud te zijn. Het dak is voorzien van een sierlijke welving, en aan de voorkant heeft het een groot glas-in-loodraam waarin een herkenbare voorstelling lijkt te ontbreken. De brede trappen die naar het gebouw toe leiden zijn verlaten. Rechts van de kerk staat een aantal bijgebouwen, die een stuk ouder lijken te zijn dan de kerk zelf. Het kerkgebouw en de bijgebouwen zijn in dezelfde, uniforme, zandgele kleur gepleisterd. Er is getracht dit alles samen te laten smelten tot een geheel.

Het terrein voor de kerk bestaat uit een vlakte van fijn grind, met aan de randen gras en in model gesnoeide buxus-struikjes. Rechts van de kerk staat een zwarte auto, een luxe-model waarvan er in dit land niet veel zullen zijn. Een man in priestergewaad wandelt van de auto door het keurig aangeharkt grindbed naar de gebouwen die naast de kerk staan. Door een hoge dubbele deur verdwijnt hij naar binnen. Tegen de muur van de gebouwen zie ik beveiligingscamera’s hangen, een fenomeen wat ik hier nog niet eerder heb gezien.

Het geheel is afgewerkt met een steriele vorm van verfijning, die in deze stad haast vervreemdend overkomt. Gelovigen lijken er niet te zijn. Toch wekt het gebouwencomplex niet de indruk dat het hier slecht is gesteld met het katholieke leven. Tot in een uithoek van de stad weggedrongen, maar desondanks verzorgd, als een van de weinige plekken in deze stad. Een vorm van zelfbevestiging zal het zijn, een aanduiding van het eigen bestaan. Maar als buitenstaander voelt het niet als een uitnodiging tot kerkbezoek.

Katholicisme
Terug naar het overzicht