Thema's
Open

Moet ik iets zingen?

Picture of Matthijs
Reportage door Matthijs van Maltha 6 April 2015

Wat er gebeurde op een repetitie van Decamerone Songs

Voor de deur staat een meisje. Ik vraag haar of er al iemand aanwezig is. Ze heeft al aangebeld, vertelt ze me. Maar er deed nog niemand open. Binnen zie ik licht branden. Ik stel het meisje voor een andere bel te proberen. Ditmaal wordt de deur open gedaan.

Binnen zit een groepje mensen om een tafel. Ze drinken thee. Een meisje in een te wijde trui stelt vragen aan het groepje. Soms schrijft ze iets in het notitieboek dat op haar schoot ligt. Het meisje vraagt wat ze hierna gaan doen. Naar de Heineken Music Hall, vertelt iemand. Ze lachen. Ik vermoed dat ik tijdens de laatste vraag van het meisje in de te grote trui binnen ben gekomen.

Het meisje waarmee ik daarnet voor de deur stond vertelt dat ze een jurk mee heeft genomen.

“Dus dan kom je opgelopen in een jurk en op hoge hakken.”
“Hakken heb ik niet bij me.”
“Doe maar alsof.”

Nu gaat de repetitie beginnen. Het meisje zingt. Een jongen staat er bij met een gitaar. Achter de piano zit op een zwart klapstoeltje een meisje met kort rood haar. Blijkbaar voldoet het zwarte klapstoeltje maar matig als pianokruk.

“Is er een hoge stoel?”
“Misschien op kantoor.”
“Ze overleeft het wel.”
“Ik haal er wel een van kantoor.”

Een man verdwijnt richting kantoor. Even later komt hij terug met een blauwe bureaustoel.

“Ik hoop dat deze beter is. Rol niet weg tijdens het spelen.”

Inmiddels vraagt de groep zich af waar Rufino is.

“Hij had toch gezegd dat hij om zeven uur zou komen.”

Iemand beweert dat hij misschien al wel voor de deur staat. De man die net de blauwe bureaustoel uit het kantoor haalde verdwijnt om te gaan kijken. Hij komt ontkennend terug.

“Misschien weet hij niet dat het zomertijd is.”
“Heeft hij een iPhone? Die past dat automatisch aan, als je van wintertijd naar zomertijd gaat.“
“Ik bel hem wel.”

Het meisje waarmee ik voor de deur heb gestaan pakt haar telefoon.

“Ja, je spreekt met Jennifer.
En met de rest van de groep.
Hallo?
Hij is al op de hoek, zegt hij.”

Het meisje in de te wijde trui bekijkt een Whatsappje. Rufino komt binnen. Hij verontschuldigt zich voor het te laat komen. Ondertussen pakt een jongen zijn gitaar.

“Wil je een plectrum?”
“Nee.”

“Ik heb nog wat nieuwe tekstjes geschreven. Voor de zekerheid heb ik ze uitgeprint. Je hoeft je geen zorgen te maken. Ik zing altijd uit mijn hoofd. Als dat nodig is.”

De jongen zingt een liedje.

“Leuk.”
“Misschien moet er nog een lange uithaal aan het einde.”
“Of niet.”
“Misschien moeten we juist het publiek zich ongemakkelijk laten voelen.”
“De melodie is heel mooi en liefelijk in vergelijking met wat er gebeurt.”
“Dat doet hij heel vaak.”
“Er hoort eigenlijk nog een oe’tje tussen.”
“Een oe’tje?”
“Dat zeg ik altijd, een oe’tje. Als er dan oeoeoe tussendoorkomt.”
“Doe jij dat dan?”

“Het doet me een beetje aan Bauhaus denken. Ken je dat? Uit mijn tijd. Van voor de oorlog nog.”
De man lacht.

Het meisje in de te wijde trui stelt voor een paar foto’s te maken. Ze heeft een fotograaf meegenomen. Een jongen die zwarte Vans, een lichtgrijze broek en een donkergrijs shirt draagt. De enige kleur in zijn kleding is het rode logo op zijn Obey-petje. Hij positioneert de groep voor een zwart gordijn.

“Of je die ukelele nog even vast zou kunnen houden.”
“Nee, meer uit de losse pols.”
“Ik speel niet eens ukelele.”
“Maar je mag hem wel aanraken.”

De fotograaf wil ook nog een foto van het meisje met het korte rode haar achter de piano hebben. Of ze dan wel nog even de blauwe bureaustoel in wil ruilen voor het zwarte klapstoeltje. Voor de foto.

“Moet ik iets zingen?”
“Kies maar. Het is maar een foto.”
“Oke.”

Het meisje met het korte rode haar zingt.

Na afloop van de fotosessie vraagt het meisje in de te wijde trui of ze de voornaam, achternaam en leeftijd van iedereen nog in het notitieboek kan noteren.

“Ik ben 16. Maar als we spelen dan ben ik 17.”
“Maar je bent nu nog 16?”
“Ja.”

Het meisje in de te wijde trui en de fotograaf nemen afscheid. Donderdag zal het stuk online komen, vertelt ze. Ze wenst iedereen veel succes.

“Misschien kom ik wel kijken.”

Als ze weg zijn informeer ik waar het meisje in de te wijde trui en de fotograaf met het Obey-petje van waren. Een hippemeisjeswebsite, blijkbaar. Ze werken tegenwoordig samen met het Parool.

“Ik heb er op gekeken. Alles was er in het Engels.”

Een groepje verzamelt zich rond de piano om een nummer te oefenen. Af en toe lachen ze. Een jongen en een meisje trekken zich samen terug op de gang.

“Om de oe’tjes te oefenen.”

De gang is een hoge en kale ruimte. Het is er koud. Het geheel doet me wel wat denken aan de sfeer die de jongen in zijn liedje probeert op te roepen.

“Ik loop door de gang.
Kut, dat komt later pas.
Take 2.
Ik loop door de gangodver.
Wacht.
Nu staan wij samen in de gang.”
“Oeoeoeoeoeoe.”
“Zoiets.”
“Ongeveer.”
“Maar dan beter.”
“Het klinkt wel goed.”
“Vooral hier op de gang.”

Een jongen komt de repetitieruimte uit. Op zijn rug draagt hij een gitaartas. Hij groet de jongen en het meisje die op de gang zitten.

“Tot woensdag!”

Woensdag zal de laatste repetitie zijn vertelt de jongen me.

“Dan moet het af zijn.
En klaar.
En geweldig.”

Met een harde klap slaat de buitendeur achter de jongen met de gitaartas dicht. In de koude hal galmt de klap nog lang na. De jongen en het meisje besluiten nog even door te repeteren.

“Zullen we nog een keer het hele liedje doen?”
“Dan doe ik een stukje van de tweede stem erbij.”

Moet ik iets zingen?
Terug naar het overzicht