Thema's
Open

Mostar

Picture of Matthijs
Road of broken hearts door Matthijs van Maltha 13 Mei 2016

Al eerder hadden we langs de weg lichten gezien. Het waren er steeds meer geworden. Daar moet het zijn, ging het door mijn hoofd. Maar de verlichte plekken in het landschap waren weer verdwenen en buiten de bus was alles donker geworden. Het was de stad nog niet geweest. Toch kon het niet ver meer zijn, oordeelde ik met een blik op mijn horloge. Ik verlangde naar het einde van deze busrit, misschien nog wel meer vanwege de behoefte niet langer deze bus te zitten dan uit verlangen naar de eindbestemming. De ondergaande zon langs de Dalmatische kust aan het begin van de rit was mooi geweest. Maar van de binnenlanden van Bosnië had ik tot nu toe niet meer dan duisternis gezien, soms wat bijgelicht door de koplampen van een passerende auto.

De bus maakt een bocht, en in de verte wordt een gelig lichtschijnsel zichtbaar. Naarmate de bus dichterbij komt begint het licht feller te worden. De eerste aanblik van het helverlichte dal voelt als een opluchting. Dit moet het zijn. De bus zet de afdaling in, en via een eindeloze reeks haarspeldbochten komt de stad dichterbij. In de lichtgevende massa worden gebouwen zichtbaar. Soms verdwijnen ze weer achter grote rotsen aan de kant van de weg, maar langzaam wordt het stratenpatroon zichtbaar. Langs de kant van de weg verschijnen steeds meer gebouwen, en de stad die daarnet alleen nog maar een lichtvlek in een dal was begint vorm aan te nemen.

In het nachtelijke Bosnië is niet duidelijk hoeveel waarde we aan die informatie moeten hechten

Naarmate de straten verder aflopen richting de rivier lijkt er meer leven in de stad te komen. Her en der zijn er nog winkeltjes open, die voor het grootste deel bakkerszaken lijken te zijn. Er zijn nog mensen op straat, de vraag om brood is op dit tijdstip nog niet uitgestorven. De opluchting die ik voelde bij de eerste aanblik van deze stad begint plaats te maken voor een licht gevoel van onrust. Nu de stad reëel is geworden zijn ook de twee busstations van de stad dat. Zowel op de oost- als op de westoever is er een, en niet op het oostelijke aankomen is een probleem waar ik op dit tijdstip niet meer op zit te wachten. Op internet meenden we uitgevonden te hebben dat deze bus naar het oosten van de stad zou gaan, maar in het nachtelijke Bosnië is niet duidelijk hoeveel waarde we aan die informatie moeten hechten.

Met de aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat we de stad vanuit het westen zijn binnengekomen probeer ik me te oriënteren. Daar de bus steeds maar andere straten in blijft slaan geen gemakkelijke opgave. Af en toe stoppen we op een straathoek, waarna een of twee mensen de bus verlaten. Voor zover er nog mensen in de bus waren begint hij nog steeds leger te raken. Ook de angst straks als enigen in deze bus te zitten begint nu mee te spelen. Nog altijd probeer ik me te oriënteren in de donkere stad. Dat de weg hier omlaag loopt bevestigt dat we nog altijd richting rivier gaan. Als er aan de linker- en rechterkant van de bus brugleuningen opduiken is dat definitief duidelijk. Ondanks dat er in de duisternis niets van de rivier zelf te zien is moet dit de oostoever van de Neretva zijn. Een felverlichte overkapping en een parkeerterrein met bussen kondigen het busstation aan. Twee slagbomen openen zich, en onze bus draait het busstation in. Ik slaak mijn laatste zucht van verlichting vandaag. Rechtop staan is wat vreemd, maar de wandeling naar de uitgang van de bus voelt bevrijdend.

Onder de oranje-gele lampen van het busstation voel ik me zowel vermoeid als verloren

Na ons door de massa buiten de bus gewurmd te hebben, en vervolgens enkele aanboden voor taxi’s af te slaan lukt het de bagage uit het ruim te halen. Nog wat onwennig wrijf ik in mijn ogen. Onder de oranje-gele lampen van het busstation voel ik me zowel vermoeid als verloren. Een zwartharige, in trainingspak gestoken jongen komt op ons af. “Are you the Netherlandish guys?” Ik antwoord bevestigend. De jongen stelt zich voor als David, en schudt ons de hand. Het hostel is niet ver, vertelt hij, met zijn hand de globale richting aanduidend. We volgen hem het busstation uit, de Bosnische nacht in. Onze rolkoffertjes ratelen over het ruwe asfalt.

Mostar
Terug naar het overzicht