Thema's
Open

Nacht

Picture of Matthijs
Road of broken hearts door Matthijs van Maltha 16 September 2016

Enige tijd na de druk op het belletje verschijnt de nachtportier. De lobby is verlaten. Naast het designachtige zwarte paard met een lampenkap op het hoofd staan de koffers van mij en mijn reisgenoot. Ik had het vermoeden dat er een slaperige gestalte zou verschijnen, zeker toen er na de eerste keer drukken op het belletje weinig scheen te gebeuren. Maar de nachtportier van dienst blijkt klaarwakker. Hij is piekfijn in pak gestoken en in staat opgewekt tegen ons te praten. Dit is dan ook zijn baan. Voor mij is dit gewoon een ongelukkig tijdstip. Of we een goed verblijf hebben gehad, vraagt hij. Jazeker. De nachtportier wenst ons een prettige reis.

De steegjes en straten van de oude stad zijn verlaten. De kasseitjes spiegelen het gelige licht van de straatverlichting. Het is stil, doodstil. Op de achtergrond klinken geen sirenes, in de verte blaffen geen honden. Na een moment besluiteloos voor het hotel gestaan te hebben zetten we ons in beweging. De koffers ratelen over de straatstenen. Bij gebrek aan andere geluiden kun je het als een vreselijk lawaai beschouwen. Voor de laatste keer wandelen we over de boulevard. De terrassen zijn leeg, de parasols ingeklapt. De weg naar de haven en het busstation wekt om deze tijd een nog doodsere indruk dan overdag. Het is donker onder het bomenlaantje, straatverlichting is hier maar spaarzaam aanwezig. In de verte nadert de geeloranje gloed van de lampen bij het busstation.

Er gebeurt hier weinig

De paar slaperige zielen die onder de overkapping van het busstation heen en weer drentelen maken dit tot de meest levendige plek van de stad. Bussen staan er niet, maar er zijn al genoeg reizigers in afwachting van dat wat komen gaat. Vanuit de haven, aan de overkant van de weg, klinkt het zachte gebrom van draaiende scheepsmotoren. Vanaf een paar veerschepen schijnt helwit licht. Een van de schepen ligt aan de kade, de boegdeuren geopend. Maar van de lange rijen auto’s, wachtend om ingescheept te worden voor de overtocht naar het een of ander eiland, is vannacht geen sprake. Er gebeurt hier weinig, en toch ontkom je niet aan het gevoel dat er hier iets staat te gebeuren.

Ik kijk op mijn horloge. Er is nog tijd voor de bus vertrekt. Het feit dat het café in het busstation om deze tijd nog open is doet me twijfelen of het ooit wel dicht zal zijn. Mijn reisgenoot en ik nemen plaats aan een tafeltje. Het gezelschap dat zich hier ophoudt maakt geen al te wakkere indruk. Zonder uitzondering staan naast de mensen in het café koffers of tassen. Men is hier op doorreis, zoveel is zeker. Aan de bar bestel ik een koffie en een thee.

De koffie is geen overbodige luxe, hoewel ik nog altijd niet de pretentie heb volledig wakker te zijn. Door het raam probeer ik in de gaten te houden wat er buiten gebeurt. Vanuit een uithoek van de asfaltvlakte nadert een voertuig het busstation. Het parkeert in naast een bord “airport-shuttle bus”. Dit zal de onze bus zijn. Het voertuig houdt het midden tussen een touringcar en een minibusje. Ik laat mijn koffie even voor wat hij is en sjouw de bagage richting de bus. Nadat ik de koffer heb afgegeven gebaart de chauffeur dat ik het rustig aan kan doen. Hij neemt eerst nog even de tijd om naast zijn voertuig een sigaret te roken.

Onze medereizigers zijn op de vingers van een hand te tellen

In het café staart mijn reisgenoot naar de rekening. Of ik nog wat Kuna’s heb? Niet genoeg, zo blijkt als ik mijn portemonnee boven tafel haal. Het tonen van een bankpas levert een afwijzend gebaar van de barvrouw op. Ik haal maar wat geld uit de Splitska Banka-geldautomaat naast het café. De sigaret van de chauffeur is inmiddels op. Hij wenkt ons. Ik leg het biljet naast onze kopjes, en werk in een laatste teug de resterende koffie naar binnen. Tijd om geld terug te vragen is er niet meer. Een ruime fooi.

Onze medereizigers zijn op de vingers van een hand te tellen. Ik vraag me af hoe lang de rit zal duren. De receptioniste van het hotel had er vertrouwen in gehad dat we onze vlucht wel zouden halen. We hebben haar woord maar voor waar aangenomen. Ondanks een poging achterover in mijn stoel te leunen voel ik me maar weinig ontspannen. De buschauffeur heeft de motor gestart, en draait behoedzaam achteruit. Vervolgens rijdt hij rap het busstation uit. Het voertuig klimt door de lege straten omhoog. Voor de laatste keer reizen we door de Kroatische nacht.

Nacht
Terug naar het overzicht