Thema's
Open

Over de grens

Picture of Matthijs
Road of broken hearts door Matthijs van Maltha 5 Augustus 2016

Het afgelopen uur is de vallei maar weinig veranderd. Aan de randen ervan liggen berghellingen, die van deze afstand niets meer dan silhouetten lijken. Rechts van de bus moet de rivier liggen, hoewel die niet te zien is. Her en der in het landschap zijn de nog overeind staande muren van gebouwen te zien, als restanten van een verloren gegane beschaving. Ik doe niet langer pogingen de wereld achter het raam in me op te nemen, de onveranderlijkheid ervan is me duidelijk. Ik probeer achterover te leunen, maar merk dat mijn stoel zich slecht leent voor comfortabel zitten. De bus is goed gevuld. Op dit punt van de reis is het niet meer mogelijk de inzittenden een vrolijk gezelschap te noemen. Daarvoor duurt de rit al te lang.

Vooruitkijkend over de weg valt het me op dat verderop een rijtje auto’s stilstaat, naast een gebouwtje. Als de bus dichterbij komt zijn er steeds meer gebouwtjes te onderscheiden. Ook de rij auto’s tekent zich duidelijker af. Soms beweegt hij vooruit. Helemaal vooraan is een slagboom, die af en toe opengaat. Langzaam nadert het geheel, totdat de bus zich achteraan de rij van zich mondjesmaat voortbewegende auto’s aansluit. Hier is het dan, de grens. Ik weet dat hij ergens tijdens de busrit moet komen, maar de precieze locatie ervan was me tot nu toe onbekend geweest. Door de voorruit is te zien hoe vooraan de rij automobilisten hun paspoorten afgeven, om deze enige tijd later weer terug te krijgen. Vervolgens opent de slagboom zich, een beweegt de rij weer een klein beetje verder.

Als de bus vooraan de rij komt wisselt de chauffeur een paar worden met de geüniformeerde man die in het hokje bij de slagboom staat. Vervolgens opent de slagboom zich, en trekt de bus op. De chauffeur geeft gas, om enkele meters verderop al weer te remmen. Hij parkeert zijn voertuig in het midden van een betonnen vlakte, waarop iedere vorm van wegbelijning ontbreekt. Verderop zijn gebouwtjes aan de Kroatische kant van de grens te zien. Ook daar is een slagboom die mondjesmaat auto’s doorlaat. Tussen de Bosnische en de Kroatische kant van de grens is het ongeveer vijftig meter. Het betonnen niemandsland wat er in het midden ligt is onze voorlopige eindbestemming.

Dit is de buitengrens van de Europese Unie

Buiten de bus commandeert een man in blauw uniform de chauffeur zijn voordeur te openen. Vervolgens klimt hij de bus in. Vooraan blijft hij staan, en neemt een ogenblik om met een aandachtige blik rond te kijken. Vervolgens begint hij langs de passagiers te lopen, en met opgeheven hand hun paspoorten in ontvangst te nemen. De man is van middelbare leeftijd en draagt zware zwarte schoenen. Op zijn mouw is een Bosnische vlag genaaid. Nadat ik hem zwijgend mijn paspoort heb overhandigd valt het me op dat hij aan zijn riem een pistool draagt. Het beweegt mee met de bewegingen van zijn bovenbenen. Achteraan de bus gekomen draait de grenswacht zich om, en begint hij met het stapeltje paspoorten in zijn hand terug naar voren te lopen. Vooraan verlaat hij de bus weer, en steekt de betonnen vlakte over om in een van de gebouwtjes aan de Bosnische kant van de grens te verdwijnen.

Hier is het, bedenk ik me. Dit is de buitengrens van de Europese Unie. Deze betonnen vlakte is veelbesproken. Desondanks kan ik me niet herinneren ooit beelden gezien te hebben van een grensovergang als deze. Van met prikkeldraad gemarkeerde landsgrenzen wel, maar grensovergangen als deze blijven steeds buiten beeld. Vanuit de bus kan ik me ook niet indenken waar de nieuwswaarde van een betonnen niemandsland als dit moet zijn. Dit is een arena voor formaliteiten, de incidenteel naar de andere kant van de grens doorgelaten auto’s getuigen daarvan. Buiten de bus zie ik dat de bagageruimte is geopend. Een aantal geüniformeerde mannen kijkt ernaar, waarbij onduidelijk is of ze de inhoud ervan ook werkelijk nader willen bestuderen, of dat hun werk slechts het kijken betreft.

Geruime tijd later verschijnt de Bosnische grenswacht van middelbare leeftijd weer bij de bus. Hij overhandigt de chauffeur het stapeltje paspoorten, die ze onmiddellijk weer aan zijn passagiers begint uit te delen. Vanaf de Kroatische kant verschijnt een andere bus, die de grens in omgekeerde richting probeert over te steken. De chauffeur ervan opent de voordeur, om naast zijn voertuig een sigaret te gaan staan roken. Als hij klaar is met het uitdelen van de paspoorten verlaat ook de chauffeur van onze bus zijn voertuig, en steekt eveneens een sigaret op.

De jongen is niet knap, maar kan er vanaf enige afstand voor doorgaan

Vanaf de gebouwtjes aan de Kroatische kant van de grens begint een nieuwe grenswacht aan de wandeling naar onze bus. Ditmaal een vrouw van in de dertig, evenals haar Bosnische collega’s gestoken in een donkerblauw uniform, en eveneens voorzien van een pistool aan haar riem. Op haar arm prijkt een Kroatisch vlaggetje, een teken dat onze grensoversteek een lichte vordering heeft gemaakt. Ze begint de niet lang daarvoor aan de reizigers geretourneerde paspoorten weer in te nemen, en keert met een stapeltje in haar hand terug naar een gebouwtje aan de Kroatische zijde van de grens.

Rechts achter mij meen ik Engels te horen praten. Een paar buitenlandse toeristes heeft er contact gelegd met een Kroatische jongen, die als enige in de bus wat Engels lijkt te spreken. De jongen is niet knap, maar kan er vanaf enige afstand voor doorgaan. Hij draagt een lichtbruine driekwartboek en een grijs shirtje. Het gesprek klinkt niet werkelijk hoogdravend, maar de toeristes lijken er in ieder geval een bepaalde geruststelling uit te halen.

Enige tijd later klinkt naast de bus geronk. De bus die de grens in tegenovergestelde richting oversteekt vertrekt naar Bosnië. Wij staan hier nog altijd. Aanwijzingen dat ook wij spoedig zullen vertrekken zijn er niet. Ik probeer het oponthoud voor mezelf te verklaren. Even overweeg ik nog of ik zelf de reden zou kunnen zijn, maar na die mogelijkheid terzijde te hebben geschoven weet ik verder geen andere mogelijkheden te bedenken. Het niet werkelijk weten waar we op aan het wachten zijn maakt het wachten zelf er niet lichter op. Ik voel de behoefte mijn benen te strekken. Rondjes om de bus wandelen, flitst het door mijn hoofd. Maar daar is dit niet werkelijk de plek voor.

Buiten de bus wisselt hij wat woorden met de grenswacht

Tegen de tijd dat er weer een Kroatische grenswacht verschijnt is mijn hoop de grens spoedig over te kunnen nog verder weggezakt. De chauffeur krijgt en stapeltje paspoorten in handen gedrukt, en begint dat voor de tweede keer uit te delen aan zijn reizigers. Zwijgend nemen ze het weer in ontvangst. Als hij dat heeft gedaan verschijnt er voor in de bus een oudere Kroatische grenswacht, die een paar regels tekst uitspreekt. Rechts achter mij probeert de Kroatische jongen aan de toeristes uit te leggen water werd gezegd. Ik probeer zijn verhaal te verstaan, maar krijg er niets van mee. Als enige in de bus steekt de jongen vervolgens zelf zijn hand op, en roept iets naar voren. De oudere grenswacht voorin roept hem iets terug. De jongen begint in zijn tas te graaien, en vist er een forse plastic zak uit. Als hij ermee door de bus naar voren loopt zie ik dat de zak vol zit met tabak. Buiten de bus wisselt hij wat woorden met de grenswacht, die vervolgens de zak tabak van hem overpakt. Onder begeleiding van een groepje grenswachten verdwijnen zowel de jongen als de zak in een gebouwtje.

Vijftien minuten later verschijnt de jongen weer, onder begeleiding van twee grenswachten. In zijn hand de zak tabak. De inhoud ervan lijkt gehalveerd te zijn. Tot aan de bus wordt hij begeleid, daarna moet hij zelf zijn plek weer vinden. Met de gehalveerde zak tabak in zijn hand slentert hij door het middenpad, om in de buurt van de toeristes weer in zijn stoel neer te ploffen. Ze wisselen verder geen woorden meer.

Even later start de chauffeur de motor weer. De slagboom aan de andere kant van de grens wordt geopend, en stapvoets passeren we de gebouwtjes aan deze kant van de grens. Dit moet Kroatië zijn. Het overschrijden van de landsgrens lijkt het landschap niet aangetast te hebben. De silhouetten van de bergen zijn nog altijd even ver weg. De eindbestemming is nog altijd ver weg. Mijn stoel zit nog altijd niet comfortabel. Bij de chauffeur staat de jongen die de tabak moest inleveren op een klagerige toon een verhaal te houden. ‘Kilo’ is het enige woord wat ik meen te herkennen. Hij gebruikt het meermaals, zijn toon alsmaar verontwaardigder.

Over de grens
Terug naar het overzicht