Thema's
Resoluut

U kent mij waarschijnlijk niet

Picture of Matthijs
Column door Matthijs van Maltha 17 September 2014

“Ik ben mevrouw Kwakersteen. U kent mij waarschijnlijk niet, maar ik ben verdwaald.”

Ik kende haar inderdaad niet. Het was half twee ‘s nachts en in het gelige schijnsel van de buitenlamp stond een vrouw met een rollator. Voor op de rollator stond een grote tas. Ik vroeg haar waar ze vandaan kwam. “Purmerend” antwoordde ze me. Het klonk vanaf de drempel van mijn huisdeur in Zuidoost onwaarschijnlijk ver.

“Ja, je raakt aan de wandel, en dan kom je nog eens ergens.”

Of ik haar kon helpen thuis te komen. Het was een eind naar Purmerend. Als ze al uit Purmerend kwam, iets wat me nog altijd onwaarschijnlijk leek. Ze wilde me in ruil wel wat aanbieden, als beloning voor de moeite. Ze opende de tas op de rollator en drukte me een VARA-gids in mijn handen.

“Ziet u, dit heb ik allemaal bij me.” Ze begon de tas leeg te halen. Als eerste een kussentje. “Daar kan ik dan op zitten, als ik even rust wil.” Verder een flesje water, een banaan en een kartonnen zak met brood. Ze had de objecten op het zitje van de rollator uitgestald. Ten slotte een klein etuitje. Er bleek een nagelschaartje in te zitten. “Voor als mijn nagels dan lang zijn.”

"Voor als mijn nagels dan lang zijn."

Ik keek naar de VARA-gids die ze me in handen had gedrukt. Er stond een adres op. Een adres in Amsterdam. In de buurt zelfs, als ik het goed had. Ik vroeg haar of ze op dat adres woonde. Ze keek naar de gids. Even was ze stil. “Nee, dat is van mijn schoonzoon.”

Ze vertelde dat ze die avond bonje had gehad met haar dochter, de vrouw was van de man van de VARA-gids. Ze had de dochter een paar klappen gegeven. Daarna was ze boos weg gegaan. De dochter was in het huis van de vrouw achtergebleven. Ik vroeg haar waar dat huis was. Ze noemde een adres. Het bleek in de buurt te zijn. Weet u zeker dat u daar woont? Ja, dat was echt waar ze woonde.

Ik vroeg haar of ze huissleutels had. Dat is altijd de voornaamste aanwijzing dat iemand een huis heeft, dacht ik. Ze begon in de zakken van haar jas te voelen. Haar hand verdween in haar linkerzak. Die bleek leeg. Daarna de rechter. Ook leeg. Ze opende de jas. Onder de jas bleek ze nog een klein tasje te dragen. Ze ritste het eerste zakje open. Er bleken twee briefjes van vijftig in te zitten. “Die kan ik u niet geven, die heb ik zelf nog nodig.” In het tweede zakje bleek wel een sleutelbos te zitten. En een pasje. Ze vertelde dat het pasje nodig was om de deur te openen. Er stond een nummer op. Een ander nummer dan het huisnummer dat ze me daarvoor had verteld. “Nee, daar moet je niet op letten. Dat is gewoon een nummertje.”

“Nee, daar moet je niet op letten. Dat is gewoon een nummertje.”

Met de auto gingen we naar het adres dat ze genoemd had. Het adres waar ik intens van hoopte dat het klopte. Haar rollator paste net achterin. De wegen waren leeg. Er is weinig verkeer om twee uur s ‘nachts. Naast mij begon de vrouw te neuriën. “Sorry” zei ze, ze kon dit niet laten. Ze neuriede verder. Het klonk als een oud liedje.

We reden de straat in die ze had gezegd. De vrouw zat stil naast me. Ze was gestopt met neuriën. Ik wees haar naar de plek waar we moesten zijn. “Ja, daar is het!” Een golf van opluchting ging door me heen. Ik tilde haar rollator uit de auto en samen liepen we richting het portiek. Ze wees me haar postbus aan, en wees op het sleuteltje waarmee ze die moest openen. Ik gaf haar de VARA-gids terug. Ze vroeg me of ik hem echt niet hoefde te hebben. Ik antwoordde ontkennend. Het pasje om de deur te openen werkte inderdaad.

Half in de deuropening bleef ze staan.
“Weet u, eigenlijk ben ik een beetje dement. Maar dat geeft niet hoor, ik ben nog steeds best gezellig.”
Langzaam sloot de deur zich. Ik haalde opgelucht adem.

U kent mij waarschijnlijk niet
Terug naar het overzicht