Thema's
Open

Vierhundert zweiundachtzig Kilometer

Picture of Matthijs
Reportage door Matthijs van Maltha 3 April 2014

Decamerone met een Decamerone-geïnterviewde

Uit Darmstadt kwam hij, ‘vierhundertzweiundachtzig Kilometer’. In vijf uur had hij het gereden. En nu was hij hier, in Amsterdam. In het café van Frascati zat hij aan een tafeltje een kop thee te drinken. Het eten had hem wel gesmaakt. Het was vegetarisch geweest. ‘Mit Gemüse und Käse.’ Philipp was ook vegetariër, dacht hij. In ieder geval at hij maar weinig vlees. Als het op eten aankwam dan had hij eigenlijk altijd al maar niets voorgesteld. Dat had zijn vrouw ook steeds gezegd. Toch was Philipp altijd hun favoriete kleinkind gebleven.

Hij had zin in vanavond. Aanvankelijk had het foldertje hem afgeschrokken. ‘Nur nackten Leute.’ Maar dat was ongetwijfeld maar reclame geweest. Anders kwam er niemand. Hij had ook zin Philipp weer te zien. Een deel van hun contact verloopt via de brieven die ze elkaar schrijven. En per internet en sms. Af en toe werpt hij een blik op het scherm van zijn witte iPhone. Nog een half uur tot de voorstelling.

Foto's: Fey Lehiane
‘Applaus ist ja das Brot des Künstlers’

Op het Gymnasium had Philipp ook al toneel gespeeld. ‘Er war immer gut, in die Schüle.’ En altijd had hij zijn rollen overtuigend gespeeld. Daarom zou het deze keer ook wel in orde zijn. Zelfs het Nederlands baarde hem weinig zorgen. Hij had Philipp daarnet al even in het Nederlands horen spreken en, ondanks dat hij er niets van begrepen had, klonk het toch behoorlijk vloeiend. En wat kon er verder nog zijn? Weinig, eigenlijk. Ja, het was te hopen dat het toneelbeeld een beetje ‘zum Inhalt’ paste. En natuurlijk hopen dat er een beetje publiek zou zijn. En dan ook nog publiek dat het een beetje zou kunnen waarderen. ‘Applaus ist ja das Brot des Künstlers’

‘Jetzt fängts an’, zeg ik tegen hem als de deur naar de zaal opengaat. Of hij binnen foto’s zou mogen maken, vraagt hij me nog. Dat wat nu gaat komen moet vastgelegd worden. Met wat moeite, steunend op een leuning, klimt hij omhoog en bereikt hij zijn plaats. Hij werpt een blik op het papier met de uitleg over Decamerone dat op zijn stoel ligt, bedenkt zich dat hij het niet kan lezen, en legt het weg. Het zaallicht dooft, de voorstelling begint. Philipp komt op en doet iets met muziek. Hij kijkt er wat naar, licht afstandelijk nog. Meer acteurs verschijnen, en vier verschillende verhaallijnen beginnen zich te ontvouwen. Vooraan worden aardappels geschild, achteraan is Philipp bezig iets met landkaarten te doen. Een monoloog ontvouwt zich. ‘Es war auf einem Fest der Katholischen Kirche’ Aandachtig kijkt hij. ‘Mooi was ze.’ Gespannen kijkt hij. Gefascineerd kijkt hij.

‘Drei, Vier, Fünf’ telt hij op zijn handen.

Applaus. Hard applaus. Of hij het Nederlands een beetje begreep, vraag ik hem. Het ging wel. Of ik zijn vrouw ken, vraagt hij me. ‘Drei, Vier, Fünf’ telt hij op zijn handen. Vijf maanden is ze nu al dood. ‘Ihr Herz’ wijst hij. Een breuk van de hartslagader. Dood, in een keer. Plof. Hij wil een foto van haar opzoeken. Hij toetst hij de code van zijn witte iphone in. Een, twee, drie, vier. Even aarzelt hij, en begint dan te scrollen dan door mappen met foto’s. Niet gevonden, nieuwe map proberen. Steeds sneller. Het zaallicht dooft voor de volgende paar scenes. Eindelijk, hij heeft hem. Een  kleine vrouw met een grote bos bloemen. Ze heeft grijs haar en ze glimlacht.

‘Gespannt habe ich zugehört.’ Of hij blij is in Amsterdam te zijn, vraag ik hem na afloop. ‘Froh, sehr froh.’ Of hij trots is op Philipp? ‘Stolz. Sehr stolz.’

Vierhundert zweiundachtzig Kilometer
Terug naar het overzicht